https://draft.blogger.com/blogger.g?blogID=2136399892854579146#allposts/src=sidebar
F 823
DE
ALMO, PADF, Papa Alfa Delta Foxtrot
Verhalen
over een ‘fraaie, oude dame’
Door:
de aanloopbemanning van Hr.Ms. Philips van Almonde.
Opgeschreven door: Lucas Graver
E-book verantwoordelijke: Rob van Koningsbrugge, een ouwe scheepsmaat.
In memoriam: Kees en Paul, twee van mijn beste
scheepsmaten ooit, die overigens beiden veel en veel te vroeg gestorven zijn. Ik
denk nog vaak aan jullie, fijne maten en geweldige mannen!
DEEL 1
HET SCHIP
De normale dagindeling
aan boord op zee:
0630 overal en
ontbijt
0730 aanvang
werkzaamheden
1000 koffie
1015 aanvang
werkzaamheden en dus oefenen. Viermaal per week was dat vaak, met heel vaak
oefeningen ‘man overboord’. Tweemaal in de week moest ook de MAD op post, de
andere keren was het voor het wachtvolk op de brug en de TC.
Zo een oefening
begon altijd met: “Voor oefening, voor oefening: man overboord, man overboord
aan SB/BB”.
De officier van
de wacht werd dan geacht de goede Williamson-turn* uit te voeren, de, voor die
oefening aangewezen bemanningsleden traden, met hun bar3*, aan in de brede zij,
de sloepen werden gevierd tot op het potdeksel* en ja, je was vaak een uurtje
bezig. Omdat de MAD bijna in zijn geheel bestond uit personeel van de LDV, die
ook moesten zorgen dat het eten op tijd op de diverse tafels in de diverse
verblijven kwam, was 1100 ongeveer het einde van die oefening.
1200 Middagschaften,
altijd een warme hap
1215 Middag
rust
1345
Theedrinken
1400 Aanvang
werkzaamheden, met af en toe nog een dikke oefening qua brandbestrijding of
averij of iets dergelijks, zeker als je in een of ander oefenprogramma bij de
Engelsen was.
1600
Vastwerken, waarna het schoon schippen was en naderhand avond schaften
Later in de
dag/avond/nacht: BOZ’en/Ras*’en noem het zoals je wilt. Natuurlijk op een zwaar
stampend en rollend dek, met een hoop opspattend zeewater en op een gevaarlijke
laadpositie.
Voor de mensen
die ‘operationeel’ waren, was er dus een hele ander dagindeling: vier uur op en
acht uur af, zeg maar. Later werd dat veranderd naar vijf uur op, zeven uur af,
zeven uur op en vijf uur af.
De
onderstaande gegevens heb ik ontvangen van een oude scheepsmaat, ene Tiko. Ik
wist veel allemaal niet meer maar met heel veel dank in ieder geval.
Neem
het een oude man niet kwalijk dat hij alle data niet meer zo goed kan
reproduceren. Vandaar beneden staand intermezzo, heel rommelig maar wel een
heerlijke geheugensteun, waarop ik dit boek over de jeugd van de Almo heb
gebaseerd.
1981
Proefvaart
Haakensvorn
(Nor)
Stavanger (Nor)
Torquai (GB)
Portsmouth (GB)
Stavanger (Nor)
Torquai (GB)
Portsmouth (GB)
Op 021281 In
dienst gesteld
1982
Rosyth (GB)
Delfzijl
Emden (D)
Aalborg (DK)
Bremen (D)
Plymouth (GB)
Faslane (GB)
Faslane (GB)
Faslane (GB)
Faslane (GB)
Kerstmis 82
1983
Lissabon (P)
Bordeaux (F)
London (GB)
Cristiansand (N)
Lissabon (P)
Bordeaux (F)
London (GB)
Cristiansand (N)
WOORD VOORAF:
Scheepsmaten
van de ALMO. Na heel veel beloftes en heel veel woorden en zo, ben ik,
gisteren, de eerste december 2016, echt begonnen aan het boek dat er al jaren
geleden had moeten komen. Het boek over de ALMO, hierna Almo, in ieder geval
over de aanloopbemanning van dat schip dan. Ik maakte deel uit van die club,
misschien is het woord ‘Clan’ wel beter gekozen. Want dat waren we, hecht! Wat
leken we op een hechte clan. Net als een grote groep geweldige kerels, sorry
meiden, wij waren toen nog geen “gemengd” schip, die voor dat schip, ons schip
moet ik zeggen, sfeerbepalend is geweest.
(Het werk heeft
jaren stilgelegen, overigens, door omstandigheden, maar het is nooit uit mijn
gedachten geweest. Af en toe schreef ik iets, in de vorm van een Blogje op de
Almo site, door André de Groot opgericht en goed beheerd. André is overigens
een oud ‘Kaan*’ van het schip.)
De Philips van
Almonde was natuurlijk niet mijn eerste marineschip waar ik ooit op diende,
maar ze was wel, helemaal en totaal, het fijnste schip waar ik ooit op diende.
De Almo, vanaf nu dus in kleinere letters, of geschreven als ‘zij’ of als ‘ouwe
dame’, was een unieke ervaring. In mijn tijd toen, in ieder geval, met die
bemanning was het uniek omdat er nauwelijks een conflict tussen de hele
bemanning is geweest. Ik ga nu even in marine spraak verder: Tussen bak 1, de
officieren, met de ‘oude mannen’, de onderofficieren, maar ook met de ‘Leeuwenkuil’,
het verblijf van de korporaals en het ‘Caf’, de ongegradueerden, bestond er een
enorme samenhang.
En, hoorde ik
van latere opvarenden, die Almo is na die aanloopbemanning, altijd een ‘goed’
schip geweest! Dat hoorde ik van maten die (vaak jaren later) ook op het schip
hebben gevaren. Het schip, dat dus liefkozend oor ons, ook wel de ‘Oude Dame’
genoemd wordt, is verkocht naar Griekenland waar ze nu als de H.S. Themistoklis
rondvaart. Ik heb nog weleens contact met ene Georgios Pagas, die nu deel uit maakt,
of maakte, van die bemanning en volgens hem is het nog steeds een fantastisch
schip en waart de oude maar hele positieve geest nog steeds rond in ‘ons’
schip. Georgios schrijft zelf nog een verhaal aan het einde van dit boek.
En, ja, goed,
nu, laat in 2018, is het verhaal af, heel laat, ondertussen, de wereld glijdt
naar 2019 toe en nu kunnen jullie het ook lezen omdat jullie het boek gekocht
hebben! (Hopelijk)
En nee, het is uiteindelijk geen boek geworden, de kosten werden te hoog, ik moest 3200 en centen betalen voor het corrigeren, van het manuscript.Dus zou ik over de tweeduizend boeken moeten verkopen om alleen maar uit de kosten te komen.
Gelukkig heeft Rob van Koningsbrugge, een van de Whizz kids die ik verderop beschrijf, een heel goed idee: maak er een e-book van. Tja, daar was ik zelf niet opgekomen, had de techniek ook niet in huis, overigens.
Dus ja, bedankt Rob, en ja, daarom siert jouw naam de cover van het boek en de Blog.
En nee, het is uiteindelijk geen boek geworden, de kosten werden te hoog, ik moest 3200 en centen betalen voor het corrigeren, van het manuscript.Dus zou ik over de tweeduizend boeken moeten verkopen om alleen maar uit de kosten te komen.
Gelukkig heeft Rob van Koningsbrugge, een van de Whizz kids die ik verderop beschrijf, een heel goed idee: maak er een e-book van. Tja, daar was ik zelf niet opgekomen, had de techniek ook niet in huis, overigens.
Dus ja, bedankt Rob, en ja, daarom siert jouw naam de cover van het boek en de Blog.
Maar waarom dat
boek? Waarom moest ik het, van mezelf overigens, schrijven? Omdat die Almo, zoals
ik al zei, toen der tijd een geweldig schip was en altijd is gebleven. Dit boek
moest geschreven worden omdat het, in mijn tweeëndertigjarige KM-ervaring, zo
uniek was dat een groep van ongeveer honderd tachtig kerels het in de hele
moeilijke aanloopfase van de afbouw van een schip en met de hele
beproevingsperiode en daarna het operationeel zijn en wat dat allemaal behelsde,
zo een sfeer op kon bouwen en zo goed met elkaar door de bocht konden blijven
gaan, zonder dat er een slecht woord viel of er niet onoverkomelijke momenten
waren. Uniek, ja. Ik heb ook nog, na mijn FLO, ik heb na die tijd nog bijna
twintig jaar in de burgermaatschappij gewerkt, en ik kan je eerlijk zeggen dat
die wereld er heel anders uitziet dan onze KM-wereld van toen en zeker anders dan
die wereld die wij ooit gecreëerd hebben op dat schip.
Een wijze marineman,
geen idee wie dat was, zei ooit dat schepen die een goede sfeer hebben dat
altijd zullen blijven houden. Uit het feit dat een ex-kaan van de Almo, ik
noemde André de Groot al er zelfs een (heel drukbezochte) facebook pagina voor
heeft opgericht, blijkt wel iets van dat unieke.
Er is ooit eens
een afstudeeronderzoek gedaan door een ‘socio-psycho-filo-geitenwollen sok’’
naar het leven van marine lui aan boord van een fregat. Niet het onze,
overigens. De dame, (ik geloof dat het een mevrouw was), in kwestie
concludeerde in een enorm lijvig verslag en rapport, dat het onmogelijk was dat
180 m/v op een schip van die bepaalde lengte en die bepaalde breedte en met hutten
van zes tot twaalf personen, gedeeld door het kwadraat van de derde
Pinksterdag, konden leven en werken, onder zware omstandigheden en met allerlei
oefeningen en met wachten, meer oefeningen, BOZ’en op de raarste tijden en
gefingeerde maar soms ook echte branden aan boord, de zogenaamde ‘safe-guards’
en zo. Ja, een dag of twee, concludeerde ze, maar bijvoorbeeld geen maanden
achter elkaar!
Als je dat een
zooi NUKUBU*’s zou laten doen hadden ze elkaar al binnen een week afgeslacht,
woorden van die strekking dan, zo schreef die onderzoekster. Tja. Dat geloof ik
zelf ook als ik eerlijk ben. “Ha”, snuif ik nu luid
Maar, wat
maakte die Almo nou juist zo uniek? Ik heb geen idee. Ik voer op haar (haar ja,
schepen zijn vrouwelijk, maf genoeg) tot mijn tweeëndertigste levensjaar
ongeveer, nu iets meer dan mijn halve leven geleden. Na de Almo heb ik meer
schepen ‘gehad’, heb ik meer andere plaatsingen gehad, heb ik allerlei uitzendingen
gehad, ben ik naar oorlogsgebieden geweest, ik heb jaren bij het Korps
dienende, ‘gehuld in vreemde gewaden en doelloos rondzwervende’, zoals dat dan
weer wordt genoemd. Hoe komt het dan dat ik, na al die jaren, nu al zelf weer
jaren NUKUBU, veel meer herinneringen heb aan de ouwe dame dan aan al die
andere schepen en plaatsen en plaatsingen?
Ik kan bijna
namelijk moeiteloos gezichten voor me halen van al die jaren terug. (Soms word
je daar dan weer niet blij van, da’s toegegeven.) Ik kan me nog steeds stemmen
voor de geest halen, ik kan me situaties herinneren, ik weet nog over de ouwe
die de meest beruchte KWMR van de KM beledigde op een hele nette maar totaal
afzeikende manier. Ik weet nog hoe de eerste First, Ko de Boswachter, de
ziekenpa eerste klas, die op een haar na achterzeiler was, na een wilde nacht
in een Engelse haven, op zijn plaats zette en geen bakkie* uitdeelde. Ik weet ook
nog dat ons eerste bakkie pas viel ver nadat het schip al in dienst was
gesteld.
Ik weet ook nog
dat de Gouden Bal een roeiteam had, dat oefende op het dek van het OOFF-verblijf,
na een klein biertje, natuurlijk.
Na al die
jaren, weet ik dat nog. Dus ja, dat moet opgetoelisd worden! Dus hierbij het
boek: De ALMO, herinneringen aan een
fraaie, oude dame!
Maar: dit boek
is niet alleen van mij, natuurlijk. Dit boek is dan wel door mij ingebonkt, zeg
maar, maar het is een collectief geweest. Al jullie verhalen zijn ook de mijne
geworden, al jullie herinneringen aan die aanloopperiode zijn ook de mijne en zijn
in mijn geest verankerd.
Een dingetje:
in dit boek lees je voornamen, soms bijnamen, een enkele maal een hele naam
voluit. Dat komt doordat ik, mocht ik alle namen en toenamen moeten noemen, ik
van al die maten toestemming moet vragen. Gaat niet lukken natuurlijk.
Dit boek is opgedragen aan:
Eigenlijk aan alle
marinemensen, ja hoor, ik ben poli cor, m/v, maar wel vooral en voornamelijk aan
hen die ooit tot de bemanning van dat ene fregat, dat ene schip behoorden, de
Almo, Hr. Ms. Philips van Almonde, ooit de trots van de KM, toen bekend onder
de roepnaam Hr.Ms. F823, PADF, de Papa Alfa Delta Foxtrot, bedankt Tiko van de
Groep, een toenmalige SNRT, nee, geen snert, maar een ODVB*’er.
En dan, ja hoe selectief
kan je zijn, ook nog eens aan hen die de Almo van de werf haalden. Die eerste
bemanning heeft, in mijn ogen, het schip haar latere karakter gegeven. Het
karakter overigens van een ‘Rotterdams schip. ‘Doen, werken en fiksen. En
daarna gaan we wel een biertje drinken.’ Dat was ook hun devies, die mensen van
die Rotterdamse werf, Wilton-Feyenoord, die zogenaamde NUKUBU'S, die, ook vaak
zo genoemde: ‘k.. wervianen’, hebben helemaal en volle bak hun liefde en inzet
gegeven aan ons schip. Met een enkele van hen heb ik nog contact en die man,
die zoveel schepen heeft helpen bouwen en verbouwen, is nog steeds een
liefhebber van óns schip.
Die werviaan is Ben D. Toen
en nu een grootheid bij Wilton!
Daarnaast even een woord
ter waarschuwing: Dit boek gaat natuurlijk niet over het hele leven van de
Almo, dat kan niet, daarvoor ben ik te weinig met haar, het schip, of met hen,
de latere bemanningen, bekend gebleven. Nee, dit boek gaat (bijna) uitsluitend
over de periode waarin ik op de Almo diende, met, zoals al gezegd, een bijlage
van Georgios Pagas, een van de Griekse marinemensen die het schip ooit kwamen
overnemen. Hij is een vriend van Teun(is) Feldman, dat is een oud
scheepsmaatje, dat later in deze verhalen de pagina’s nog gaat zal kleuren op
een hele positieve manier.
Ook Willem, Rob en Ton en
meerderen hebben fraaie verhalen verteld die opgenomen zijn in dit boek, net
als een hilarisch verhaal van Teun en meerdere oud scheepsmaten hebben ook gereageerd.
En, ja, misschien heb ik en
ben ik, wat afgegaan van de eigenlijke scheepsbewegingen, zoals men dat noemt.
In mijn verhaal komt dat beter uit en het benadert de waarheid ook beter. Nu
ja, het is allemaal al een mensenleven geleden, dus nee, ik zit daar niet echt
mee.