Een aantal maanden geleden schreef ik een laatste van vele Blogjes*, over de ALMO en plaatste dat op de 'site', heet dat zo, ja toch? Ik begreep toen dat ik nu wel uitverteld was over dat fraaie schip, dat, toen al bemanningen lang, haar (schepen zijn vrouwelijk, dat legde ik al vaak uit in vorige verhaaltjes), met fraaie herinneringen en met veel liefde werd herdacht.
Het laatste Blog, goh, op een gegeven moment ben je uit verteld, nu ja, over de ALMO raak je nooit uitverteld, natuurlijk. Niet over de bemanning(en) niet over de reizen, niet over de stunten, nu ja, wat dan ook, maar de benzine was toen even op.
Ik vroeg, in een FB reactie op een eerder bericht, eens een keer wat dat schip, die ALMO, nu toch zo uniek maakte en ik kreeg er geen echte vinger achter. Niemand wist het precies, iedereen dacht er het zijne/hare van. (Mag ik nog "zijne/hare" zeggen, nu de minister heeft bepaald dat al het speelgoed genderneutraal is of dat zou moeten zijn? Mijn kleinzoon van nu net 12 is jarig en wilde een Nike voetbal, maar mag dat wel? Ik bedoel: 'bal' is toch vrij mannelijk niet? Nee, BS, natuurlijk, wij doen der niet aan mee en onze kleindochter krijgt gewoon een Barbie! Ik word helemaal gek van die policor mensen! By the way, wat moet het binnenkort worden? Zr. Ms. schepen of 'GN, Gender Neutrale schepen? Maak me gek.)
Enfin, de ALMO was een uniek schip, punt uit. Toen een aantal oud bemanningsleden dan ook voorstelde om een reünie te gaan houden werd er dan ook meteen helemaal enthousiast gereageerd en werd de site van die mensen gebombardeerd met hevige reacties: 'Ik kom, ik ook, ik toch wel' en het was geen eens een pronoflim!
Nu ja, der was een hoop gedoe, ja, de ALMO bemanning is nu eenmaal de ALMO bemanning, maar gisteren, de 27ste van de negende van het jaar 2019 waren we aanwezig in de voormalige MKAD.
De organisatie was Pico Bello. Man, man, man, wat was de zaak stevig geregeld! Heerlijk. Dus ja, dikke dank aan dat comité. Nee, ik noem geen namen, maar MEN weet wie ik bedoel. Nogmaals: dikke pet af mannen!
Bij binnenkomst zag je vaak al wat mensen die je van toen kende, dat organisatie comité, zeg maar, maar eenmaal in de zaal zag je dat groepen zich verzameld hadden in de 'jaren' dat ze op het fraaie en fijne schip hadden gevaren. Zo zag ik, na jaren en jaren, weer eens de oude gabbers van ooit. Goh, wat gaat er dan door je heen. 'Och ja, jij bent die en die en ja, jij was dat en wat doe je nu en wat zie je er goed uit en hoe gaat het en ..'
Binnen tien minuten had ik pijn in mijn pens van het lachen om al die zotte dingen en die krankzinnige avonturen en die maffe verhalen over en van toen en ja, die waren allemaal waar. Nu ja, heel vaak waar. Wat aangedikt, wat opgepoetst, wat fraaier gemaakt, maar de waarheid was er nog steeds.
Koffie eerst, spa voor mij en mijn maatje Paul, we moesten beide nog rijden, heel veel bier voor anderen, soms een rood wijntje, maar nee, de stemming was een ALMO stemming. Ontspannen en goed. Ik voelde me meteen weer thuis, van ooit, toen, nu zesendertig jaar later. Ik zag hem, ik zag hem, babbelde met hem, kwam achter hun leven na de ALMO en was soms verrast, soms verheugd hoe mensen zich door het leven hebben geslagen. Ik zag een ouwe scheepsmaat terug, die toen al in het begin stadium van een reumatische rug aandoening zat, maar zich er heel goed doorheen sloeg. Ik zag een scheepsmaat terug die qua uiterlijk geen ene moer was veranderd en die nog steeds supporter van Vitesse was, ik zag een scheepsmaat terug die, na zijn diensttijd, in Spanje een heel goed lopend taxi bedrijf was begonnen. ik zag een scheepsmaat terug die, ooit eens bakker was geweest, maar nu in de innovatie van voedingsmiddelen zat, ik zag een scheepsmaat terug die wijkagent was geworden, ik zag een scheepsmaat terug, ik noem geen namen, maar het was een beruchte KWMR, die een eigen bedrijf was opgestart en ik zag, veel te weinig, mijn Zeun T. terug, hij ontliep me wat, maar die wel iets hoog was en deed bij de dienst repatriëring van ongewenste minderjarige illegale buitenlanders.
Kortom: alle ALMO mensen (moet m/v nog?) hebben zich ontwikkeld, ik geloof niet dat er veel zijn die onder de maat presteren of hebben gepresteerd. De mensen die ik sprak hebben een 'goed' leven en een eventueel verdere carrière na hun tijd bij de KM of op de ALMO.
Er was een 'blauwe hap', mag dat nog? Een hap die niet slecht was, maar ook niet een KM hap was, maar tja, het was 'best te beffen' zoals we toen zegden.
Nogmaals: "compelementen" aan de organisatoren en initiatief nemers voor deze gebeurtenis. Ik en velen met mij, hebben een meer dan aangename dag gehad.
Voor herhaling vatbaar, dus.
Helaas was er weinig belangstelling van de toenmalige Bak 1 of van de OOFF kant van toen.
* Rob van Koningsbrugge, ook van de aanloopbemanning, heeft die Blogs keurig verwerkt in een e-book.
Dat kun je helemaal gratis en voor niets, en het kost ook nog eens geen cent, downloaden op:
philipsvanalmonde@outlook.com. Veel leesplezier en met dank aan Rob!
Lucas schrijft over De ALMO
Een beschrijving over een van de fraaiste en beste schepen ooit van de Koninklijke Marine, Hr. Ms. Philips van Almonde. Het blog gaat over de eerste twee jaren van haar langdurig bestaan.
zaterdag 28 september 2019
woensdag 13 maart 2019
Patrijspoorten en teakhout (laatste)
Patrijspoorten
Zoals ik al schreef, de eerste P. was een OC’er.
Ik weet niet of de jongere generatie die kreet nog kent of nog begrijpt. Een
korte toelichting. Men kwam toentertijd in dienst als MATR 3, of, als ZVP of HOFM of ALS
MACH of als TLG, in ieder geval, als drie. Met het bekende matrozenpak, inclusief
muts met zoveel gouden letters die ‘Koninklijke Marine’ spelden. In een soort
Gotisch handschrift. De baas verwachtte dat je, na je aanvankelijke eerste
dienstverband van zes jaar, (voor bepaalde dienstvakken was dat acht jaar,
overigens), hetzij: de dienst uitging, of je al had gekwalificeerd voor de
KPL’s opleiding. Zo niet, kon je wel bijtekenen. Het VBM, de Vereniging
Belangenbehartiging Marinepersoneel, zeg maar een vakbond, had na een
jarenlange strijd het pleit eindelijk gewonnen. Voor matrozen met meer dan zes
dienstjaren werd het zogenaamde OC, oudste categorie, uniform ingesteld. (Ik
heb in mijn jeugd, nee, mannen, nee, dat was wel in de vorige eeuw, maar niet
in de eeuw daarvoor, hoor, nog weleens een stokoude bottelier in een heus
matrozenpak gezien. De man was als dertienjarige ‘jongen’, zoals dat toen
heette in de Oost in dienst gekomen en had, zeiden de romantici, de muiterij en
het bombardement op de Zeven Provinciën nog meegemaakt en was toen,
raar maar waar, bij de KM in dienst getreden als beroeps matroos. Hij stond
(toen ik hem kende) op het punt gepensioneerd te worden en was al dik en dik
dertig jaar eerste klas of zo en hij had er totaal geen zin in om dat uniform:
jasje en dasje en platte pet, te gaan dragen. Men ging toen nog vaak als Een, eerste
klas dus, de dienst uit en werd dan MILWKM, MILitair Werk Man. Let wel, pas
jaren later kwamen die bevorderingen in zwang dat men in elke geval als SGT of SMJR
tit. (titulair) de dienst kon verlaten, dat waren de bevordering groepen, de BG I, II, of
III, of zo, maar ik weet dat allemaal niet meer zo goed.
‘Mijn’ eerste ziekenpa heette dus P. Ik schreef
al over hem, zie eerder en boven. Hij was dus een echte OC en hij had, samen met zijn toenmalige
korporaal, natuurlijk, de Kortenaer al in dienst gesteld, het eerste schip van
een hele nieuwe serie schepen die de KM bouwde als opvolgers van de jagers en
van die befaamde Van Speijk fregatten. Die Van Speijk boten werden later de zogenaamde
MLM-fregatten genoemd. (Mid Life Modernisation) Die fraaie schepen waren
trouwens in licentie gebouwde, zogenaamde Leanders van de RN, inclusief de
Vickers bewapening in die fraaie en stoere dubbeltoren met een, in onze ogen,
rare bewapening van 114 mm kanons! Die prachtige schepen werden overigens
verkocht aan Indonesië.
Allemaal: ook zie boven.
Maar goed, P. was, met zijn Kortenaer ervaring,
een kopstuk op het gebied van die nieuwe prauwen en was voor mij dus een
lopende encyclopedie. “Zo zat dit en zo hadden we dat en zo konden we zus en zo
gingen we daar, dat deden we met het medisch magazijn en zo deden we met de
MAD”, en zo maakte hij duidelijk dat hij een vakman was.
Ik zoog zijn informatie op, schreef het ook op
en maakte plannen en beschreef die en kwam daar mee naar buiten en kwam er
helemaal uit met mijn Almo.
Maar goed. P. was niet alleen een hele goeie ziekenpa,
maar ook een ‘karakter’ met een hele aparte humor die vaak heel op ‘practical
jokes’ gericht was. Ik geef een klein voorbeeld. We sliepen toen nog op de
Snellius, maar alle medische bescheiden, ziekenboekjes en ziektekaarten en
tandarts documenten lagen nog in de VGKAZ, de Van Genth Kazerne in Rotterdam
dus, met wiens chef ziekenboeg ik overigens geen lekkere relatie had, zie ook
weer eens veel eerder.
Het werd tijd om die bescheiden naar de ZB van
de Snelle te brengen, we hadden ondertussen onze eigen medische dienst opgezet en met nde in de
VGKAZ liggende bescheiden konden we natuurlijk niets. In P.’s voertuig, een al wat oude en rode
Renault 4, reden we van Schiedam naar de stad aan de Rotte. We babbelden wat,
rookten wat en op een gegeven moment stopte hij, terecht, voor een zebrapad.
Een oudere mijnheer stak over, groette met zijn stok en P. sloeg het zijraampje
van het autootje open. Hij wenkte de oudere man. “Mijnheer, weet U waar de Buys
Ballot straat is?” Mijn klus viel op dek, de Buys Ballot straat? Wat moesten we
daar?
Ook de senior keek verwonderd. “Nee, daar heb ik
geen idee van! Nooit van gehoord, geloof ik. Sorry!” “Nou”, zei P., “dan ga je
de eerste weg rechts en de tweede straat links. Dan recht door het kruispunt
over en dan ben je er!” Hij klapte het raampje dicht en reed gillend van de
lach weg. Ik moest er even over nadenken en snapte hem eindelijk en lachte heel
hard mee. Tot P. een stinkende Shoarma en
bier wind liet. Misselijk en half brakend van de geur die een mens, erger
dan een dier, kan verspreiden, het leek of heel 010 haar beerputten had
opengezet, spoog ik mijn ontbijt uit op de Coolsingel. Heet dat zo? Nu ja, een
raar straatje in 010 dan.
“Wie zoekt zal vinden”, schreef de oude
filosoof Paco Saul al tijden geleden. Hij had die kreet ook weer gejat hoor,
geloof ik, maar: gelijk had hij wel. Ik zocht zelf niet, maar mijn jongste
zoon, ook al weer een dertiger nu, zo snel gaat de tijd dus, was op zoek naar
foto’s uit zijn/onze jeugd. Mijn lief, de E., de initiaal staat voor de eerste letter
van haar naam, maar ook voor ‘echtgenote’, ik ben op alle fronten gedekt, zoals
je merkt, heeft veel foto’s. Altijd genomen en altijd bewaard. In mapjes en in
hoesjes en dan opgeborgen in ‘haar’ kastje, zoals wij dat noemen. Zelf ben ik
niet zo van die foto dingen. Maar het is wel verrekte grappig om ze, na al die
jaren, weer eens te zien. “Kijk pa, dat ben jij, zonder buik en nog met haar”,
zei de zoon, nadat hij een hele stapel foto’s had gevonden, nadat hij een hele middag
had lopen spitten. (Hij zij de woorden zonder
buik en met haar anders. Iets
bruter, althans iets meer dwingend. Ik gaf hem heel beleefd antwoord, zoals
vaders dat doen met brutale zonen en ging over tot het bekijken van de foto’s.)
Voor de ‘post fototoestel’ generatie. Vroeger
had je aparte toestellen, foto apparaten werden die genoemd. Dat waren doosjes,
met een lenzenstelsel en een kastje waar je een rolletje licht vattend papier in moest doen, rollen eigenlijk, het zal wel
anders hebben geheten, maar goed. Die rolletjes waren moeilijk te monteren ook
nog, dat over een soort kabelbaantje, net als met een fietsketting. Dan keek je
door de zoeker, zei tegen de personen die je wilde fotograferen dat ze niet mochten
bewegen en “Cheese” of “orgasme” moesten zeggen, je drukte af en ja hoor, gelukt
hoopte je! Thuis, weken later, ging je naar de fotograaf, of naar de HEMA en
liet je het spul ontwikkelen. Dus! Heel oud dus! Ik ook dus!
Maar goed, zoon vond die foto’s en zette ze
meteen op de pc.
Grappig genoeg zat er, net gepubliceerd, een UITNODEGEING voor de opening van het
KPL’s verblijf op de Snelle J. bij. Die uitnodiging zal waarschijnlijk niet
door de KPLLDA geschreven zijn.(Zie ook in het fraaie boek dat Rob samen steld/heeft gesteld.)
Maar: we hadden dus een KPL’s verblijf op de
Snellius. Zoals ik al eerder schreef was de S. een prachtig schip, een luxe
prauw, haast een passagiersschip. Zoals vermeld, het schip had geweldig fraaie,
koperen patrijspoorten, waar een man met zwemvest en gevechtstenue aan, door
kon. De dekken waren van origineel teakhout. Dat moest toen, vanwege dienst in
de tropen en zo, vanwege de teakhout snuivende langvoet muskieten, of zo. Of men had, bij de bouw van die schepen, poen genoeg, voor chique schepen, dat kan ook.
Ik weet er eigenlijk niet zo veel meer van, van
dat KPL’s verblijf. Ik moet eerlijk zeggen dat ik er weleens kwam, maar niet te
vaak. Dat klinkt hypocriet, maar dat is niet zo bedoeld. Ik was in die tijd namelijk
geen boordplaatser. De enigen mannen die boordplaatser konden/moesten/mochten
zijn waren de zogenaamde “Jutters”, de mensen uit Den Helder/Julianadorp/verder weg in elk geval. (Dat
had met ruimte en poen te maken. Nu ja, er werden uitzonderingen gemaakt over
de mannen uit het hoge noorden, hert diepe zuiden en het verre oosten, maar eenieder
die in een straal van 75 kilometer van de werf woonde was meteen walplaatser.)
De jutters, kwamen op de maandag rond 1200 de poort binnen, met een KM-bus en
verlieten de werf op vrijdag rond 1200, per idem vervoer. Ja, dat gaf
aanleiding tot grappen en grollen en scheve gezichten, maar dat was allemaal
niet echt erg.
Mijn toenmalig huwelijk, dreigde op elke
klip te lopen die je maar kunt verzinnen en deed dat uiteindelijk ook. (Ik ben
nu al weer dertig jaar getrouwd met E. Ok, ik gooi hem der in: ik ben getrouwd
en zij is gelukkig, flauw, flauw, maar ik ben al jaren gelukkig met haar en
blij en gelukkig met onze kids en kleinkinderen.)
Ik wilde dus, idealistisch en vol hoop en vol
van goede bedoelingen, ook trachten om dat huwelijk te redden en zo veel
mogelijk thuis te zijn om bij mijn zoon, hij was toen een jaar of zes (en hij
is nu de trotse vader van de beste en fraaiste kleinkinderen van de wereld) te
zijn. Maar ja, ik had natuurlijk ook drie van de vier de wacht. Zo was de KM in
die tijd. Dus ja, ik bracht wel redelijk wat tijd door in dat prachtige schip
en in dat schitterende verblijf.
Na en dikke dertig jaar weet ik niet al te veel
meer. Maar de dingen die ik me herinner zijn: chique teakhout, fraaie grote,
koperen patrijspoorten en een enorme danszaal als verblijf. De ziekenboeg leek eerder op een hospitaal ruimte dan een ziekenboeg, zo ruim en fraai was dat . We hadden geen tapbier, (nog niet) maar
een enorme koelkast, door de tapbazen, waaronder Gipsy, geïnstalleerd en waar
sloten en kanalen, zeg maar meren, vol koude versnaperingen in konden. Ook hadden die vogels
helemaal een of andere muziekinstallatie bij elkaar gespaard, of geritseld, zeg
maar. Daar klonken de geweldige nummers van die tijd door. Ik bedoel Golden Brown van The Stranglers en Vienna van Ultra Fox.(ik vergeet vaak: Je loog tegen mij van Drukwerk, maar geloof me, dat eas een vaak gedraaid nummer.) Hits met fantastische
‘clips’ zoals dat toen heette. Wij zaten daar beneden tevreden en niemand had
last van ons. Het verblijf leek, in mijn geheugen, een balzaal. Ik was de ‘oude’
jagers gewend. Veertig korpedanten op een vijf bij vier is 20 m2 meter
verblijf. Hier hadden we ongeveer het vijfvoudige van die m2 met de
helft van de mannen.
De sfeer in dat verblijf zou tekenend worden
voor de sfeer aan boord. Er waren, natuurlijk, weleens woorden, ja, mannen en
vaklui onder elkaar. Maar er was voornamelijk collegialiteit. Vriendschappen?
Ja, ook, de gewone KM-vriendschappen. Zo zie je elkaar twee jaar, ongeveer
twintig uur per dag, en maak je van alles met elkaar mee, heb je zelfs geen
tijd voor je zelf, of ‘privacy’ zoals het heet. Maar als je elkaar dan na
zoveel jaar weer eens tegenkomt, dan is het net alsof je elkaar gisteren nog
gesproken hebt. Dat is KM breed en diep hoor, dat is niet alleen voor de Almo.
Maar, ik kwam na, dertig plus jaren, Gipsy en Ben en meer van de mannen weer
tegen, op het Internet, op Facebook dan, en man, dan lijkt het weer gisteren! nEn: ik heb er nog steeds de beste herinneringen aan. Het was een geweldige periode in mijn leven, ondanks mijn privé gedoe. Ik ben de mannen van toen nog steeds erkentelijk en dankbaar voor hun steun en vriendschappen!
Hoe ging het verder met de Snellius? Na ons kwam de aanloopbemanning van
de Bloys van Treslong. Dat waren niet al te slimme gasten, geloof ik. Ze
klaagden erover dat het zo tochtte aan boord. En dat het zo onveilig was zonder
dek en zo. Tja, dat was ook wel logisch. Al die fraaie en heel dure koperen
patrijspoorten waren als bij toverslag verdwenen en dat teakhouten dek was ook
al pleiten.
De Almo had een prachtige KPL’s tap. Het caf van
de ALMO ook. “Teakhout mannen, direct geïmporteerd uit Indonesië. Ja, kost wat,
maar dan hebbie ook wat!” zeiden de verblijfsoudsten tegen de
bewonderende oplopers! Gypsie en Rob van K. behoorden tot die figuren, zonder dat ik wil zaaien, hoor. (Maar het waren boefjes, allebei.)
Die dure en grote en fraaie patrijspoorten
verdwenen slinks in achterbakken van auto’s van bemanningsleden. Fraai om in
huis te hebben, tussen keuken en woonkamer of zo, of om in de voordeuren te
worden ingezet. Helaas voor de mensen die die patrijspoorten leaseden. De werf,
nee niet ome Kees, hij zat der helemaal niet mee, wilde ze graag terug. Ja, dat mocht anoniem, er zouden geen
bakkies volgen, maar, indien ze niet terugkwamen, zou de politie worden
ingeschakeld. Nee, ik geloof niet dat er veel patrijspoorten terugkwamen.
Ik
eindig hier met míjn verhaal. Het is misschien allemaal wat sentimenteel en ja,
ik viel in herhalingen. Maar voor mij was het schrijven van dit Blog boek een
geweldige reis terug in mijn jeugd. Ik heb weer eens genoten van de herinneringen
die de Almo bij me opriep.
Ik
voelde me weer jong en onaantastbaar, net zoals wij, toen jonge honden, ons
hebben gevoeld.
Hiervoor
las je al een aantal bijdrages van de mannen die de Almo ook hebben
meegemaakt. Ik heb hun taal laten staan, misschien iets gedaan aan de spelling,
maar dat is ook alles. Hun verhalen komen ook uit hun hart, een hart dat klopt
voor de Almo, PAFD, een jonge ouwe dame!
Ik
wens de Almo, als HNS THEMISTOKLIS nog heel veel goede jaren
en ik wens haar bemanning natuurlijk een hele behouden vaart en rustige
wachten!
dinsdag 12 maart 2019
Teun: His story!
Even een reactie van ons aller mascotte: de maagd van een verhaal en een jaar of wat terug is nog steeds een bekende van hem en leeft zelfs in het oosten des lands! Teun bedankt voor de info, maar nu komt jouw eigenlijke verhaal, pas!
Vergeet en vergeef allemaal niet fraaie alinea's en zo! Hoop gedoe gehad met de laptop, maar nu komp het wel weer goed, denk ik.
Na dit verhaal is er nog een story, iets met houten dekken en zo.
Teun
Vergeet en vergeef allemaal niet fraaie alinea's en zo! Hoop gedoe gehad met de laptop, maar nu komp het wel weer goed, denk ik.
Na dit verhaal is er nog een story, iets met houten dekken en zo.
Teun
Vers van de Opschool
werd ik in maart 82 op de ALMO geplaatst. Dacht ik op mijn gemakkie “”in te
rouleren””
Kon ik mooi
vergeten.
In Bureau OD
stond Bootsman Versteeg me op te wachten. Na een goedemorgen vroeg hij of ik
nieuw was.
Zei hij gelijk
dat ik mee moest komen.
Tien minuten
later stond ik op meerrol in het Waaigat want we gingen gelijk naar zee. Ik had
geen vaarplan gekregen nog, dus dat was effe omschakelen. Na meerrol zag mijn
tenue 6 (dagelijks tenue, noot van Lucas) er een beetje verfomfaaid uit.
Dacht ik hierna
alsnog in te rouleren. Maar wederom:”Houten Kaak”
Niemand had
tijd voor me omdat ze bezig waren voor de op handen zijnde oefening “Silver
Nut” voor de Noorse kust.
Na 3 dagen had
ik eindelijk alle handtekeningen.
ZO MOOI:
In 1982 was het
bonje tussen Groot-Brittannië en Argentinië.
Wij werden voor
de periode van een maand uitgeleend aan onze Britse collega’s en
wel in
Helensborough. Even boven Glasgow.
Onderweg
daarnaartoe had ik de hondenwacht op de brug.
Windkracht 8,
strak heldere lucht en een volle maan.
Ik was de
roerganger en dat is de mooiste plek op het schip van dat moment.
Ik voelde de
schuit al met zijn neus omhooggaan en ja hoor:
We pikten een
behoorlijk paaltje. Met de volle maan en het schuim wat over ons heen vloog
Leek het net of
er een zilveren gordijn over ons heen werd getrokken.
SCHITTEREND!!!!!!!!!!
Alleen hoorde
ik dat iedereen op dat moment klaarwakker was.
WHO CARES. Van
dat moment was ik waarschijnlijk de enige die ervan genoten heeft.
(Noot van de
schrijver: nee hoor Teun, ik genoot ook van elk moment.)
Tijdens onze
uitleenperiode aan onze Britse collega's voeren wij
regelmatig op
en neer vanwege Onderzeebootbestrijdingsoefeningen.
Wij,
"oordoppies'' (andere bijnaam voor spodo, noot van mij) liepen
oorlogswacht.
Tijdens de
nacht was ik roerganger en de OvdW had mij opgedragen om na een run op een sub
Bakboord aan
boord te gaan. (Maximaal mogelijke roeruitslag over links)
Maar omdat
hij vanachter de kaartentafel sprak, omdat hij op hetzelfde moment
onze positie
aan het inplotten was hoorde ik hem niet echt goed
(Ook vanwege
berichtenverkeer vanaf het verbindelaarsbankje)
Dus ik ging
Stuurboord aan boord.
Toen we bijna
180 graden waren gedraaid komt de OvdW naast me staan en zei
dat ik verkeerd
om was gegaan.
Aangezien ik
mijn eigen fouten zelf wil herstellen ben ik (tot grote ontsteltenis van de
OvdW) alsnog Bakboord aan boord gegaan.
Dhr. Z, onze
OBO en OvdW zei godzijdank dat hij er geen werk van zal maken.
Maar de heren
officieren kregen wel van onze Cdt van de Werff te horen dat ze geen opdrachten
meer mochten geven vanaf de kaartentafel aan de roerganger
Nog even op het
verhaal rondje schip.
Kijk, ik was
natuurlijk fout door een beetje overjolig te doen.
Maar onze OBO
(Onderzeebootbestrijdingsofficier) Dhr. Z
kon als
Commandocentraleofficier onze fratsen prima volgen op het beeldscherm.
Maar de
daadwerkelijke officier van de wacht LTZ 2 JC C. was APELAZERUS.
Hij had in die
avond ervoor een verjaardag gehad in de longroom en had een
paar borden
papagaaiensoep te veel naar binnen gewerkt.
Daarom kwam ik,
zoals je noemt, met de schrik vrij
Hij is ook na
deze trip pardoes overgeplaatst.
(Alleen jammer
dat ik die snurker later weer tegenkwam op de Piet Heyn,
toen werd hij
ook met een drankbakkie in Tunis van boord gehaald in 85).
Ik wist alleen
niet of ik dit erbij kon vermelden, want je weet maar nooit.
En ik spreek
uit eigen ervaring dat de wereld soms wel heel erg klein kan zijn.
MVGR:
Teun
Hoe je dit wil
gaan opschrijven laat ik aan jou over. Volste Vertrouwen.
Abonneren op:
Reacties (Atom)
De Reunie
Een aantal maanden geleden schreef ik een laatste van vele Blogjes*, over de ALMO en plaatste dat op de 'site', heet dat zo, ja toch...
-
Een aantal maanden geleden schreef ik een laatste van vele Blogjes*, over de ALMO en plaatste dat op de 'site', heet dat zo, ja toch...
-
Even een reactie van ons aller mascotte: de maagd van een verhaal en een jaar of wat terug is nog steeds een bekende van hem en leeft ze...