dinsdag 15 januari 2019

De LTZ en de Lichte meisjes, Bremen deel 2.


Na al die ontbijten en douche partijen en de bewonderende ach’s en wee’s van zijn bak één maten moest de LTZ natuurlijk een plan trekken. Een hele dag aan boord hangen, het was zaterdag, remember, deed het ook niet helemaal goed, dus de man verzon een culturele list. Stukje rijden met de auto, een lekkere lunch ergens, even hier en daar neerstrijken op een fraai terras en ja, goh, de man was vrij van wacht en nog boerennachtsgast ook, dus hij kon gaan en staan waar die wou. Hij lichtte zijn OOFF van zijn divisie in, dat hij af en toe terug naar boord zou bellen en dan een eventueel telefoonnummer, waar die te bereiken was, zou doorgeven. De dubbele wenste hem veel plezier en vooral veel genoegen.

Het was in die jaren nog ver voor de latere aidsellende. Ver voor de schrik van de jaren tachtig en negentig. (Anno nu is dat meer Ebola, geloof ik. Mazelen, hoor ik, het is nu zomer 2018.) Ik hoor niet zo veel meer over Aids en zo, jullie? Dus nee, ja, we, de medische wereld en onze ziekenboeg, hadden (toen nog) geen condooms in de volstrekt gratis aanbieding, zoals we dat, in later jaren, wel hadden.  Men deed nog aan ontsmetten. Da’s een lang verhaal, maar waar het op neer komt is dat je een soort bacteriedodend middel, protargol, door de mannen grappend protocollair genoemd, met een glazen spuit met wijde mond, in de pisbuis binnenbracht en dan hoopte dat het allemaal goed ging komen. Het was nogal een heel ritueel, overigens. Eerst moest er gedoucht worden, daarna met een desinfecterend middel het hele zaakje gereinigd en na de behandeling met de Protargol, moest het hele gebeuren ook nog eens ingesmeerd worden met zogenaamde Calomel zalf. Man. Maar: de man in kwestie moest zich ook in het zogenaamde schoftenboek, zoals dat dan genoemd werd, laten inschrijven. Dat was een bepaald register waarin naam, voorletters en tijdstip van de daad moesten worden aan gegeven. Ook de plaats van de daad. Ja, dat was moeilijker dan neu... natuurlijk, want het was bedoeld om de plaatsnaam aan te geven. Gelukkig schreven de mannen, die dat niet snaaiden, er dingen in als: op de bank, in het kolenhok, in het steegje, naast haar moeder en de fraaiste was: in de kajuit, op de vloer van de ouwe.
(De bedoeling was natuurlijk om statisch te bezien waar er het vaakst vreemd werd gegaan, zoiets dan.)
(FEIT:
Dat ontsmetting middel was zo efficiënt, dat 95% van de mannen die zich ontsmette geen soa opliep. Waarschijnlijk omdat de bacteriën net zoveel pijn hadden bij het ontsmetten, de profylaxe zoals dat heette, als de man zelf en dan weleens een ander huishouden wilden opzoeken, of zo.)
Dat Protargol, met een werkzame stof een vorm van een zilveroxide, was heel beperkt houdbaar en dus maakte de ziekenpa dat de avond voor er weer een buitenlandse haven werd aangedaan, pas aan. Dat was een k.. werk, overigens, maar ja, alles voor je bemanning, niet waar!
Die aidsepidemie is natuurlijk verschrikkelijk geweest, mind you en is natuurlijk nog niet helemaal over. Maar, ze is tot staan gebracht en heeft niet een kwart van de wereldbevolking gekost, waar we ooit bang voor werden gemaakt.
Wel heeft Aids de ‘Urban Legends’ ooit helemaal aangewakkerd. Ooit eens, op een ander schip met een ander en mooi smaldeel, was ik in Australië, tijdens een Oostreis. Een van de mannen van dat smaldeel, en zoals Urban Legends gaan, weet je nooit wie of wat, had een dingetje gedaan met een wildvreemde mevrouw in een hotel in Sydney. Na afloop van hun gezellig samenzijn was de dame pleite en ontwaakte hij en las met grote lippenstiftletters op de spiegel van de hotelkamer:
“WELCOME TO THE WORLD OF AIDS!”
Maar nogmaals, ik ben er nooit achter gekomen wat er allemaal van waar was. Natuurlijk waren er, toen en ooit, wel de nodige geslachtsziekten in de wereld. De GO, gonorrhoeae, ofwel druiper, de Chlamydia en de Syfilis. Nee, ik weet het, het is even een rottig praatje, maar nou ja, het mot maar even. Wij, ziekenpa’s waren opgeleid om, onder andere, dat soort dingen op te zoeken, te diagnosticeren en te behandelen. Dames, sla even een paar regels over nu, het is niet voor jullie gevoelige en tere zielen bedoeld.
(Zijn ze weg?), Oké mannen, vroeguh, toen alles beter was, toen was er de zogenaamde ‘peuken inspectie’. Die was vergelijkbaar bij je opkomst in het MOKH. Je stond dan in de blote pielemoos aangetreden en een (sergeant) ziekenpa deed dan een rondje, inspecteerde het lid en je moest het ‘praeputium’, de voorhuid, naar achteren halen. De pa zag dan of je al dan niet een te strakke had, de voorhuid, dus, of dat er geen ‘smegma’, in de volksmond: ‘kopkaas’ was achtergebleven. Nou ja, die activiteiten werden er ook nog heel vaak uitgevoerd aan boord van Hr. Ms. schepen. Aantreden, met volle blaas, voorhuid naar achteren en dan uitknijpen. Had je uitvloed uit de penis, dan was je zuur, letterlijk en figuurlijk. De pa nam je dan mee naar zijn hok, maakte met een zogenaamde Oese een uitstrijkje van datgene dat de plasser afgaf en deed allerlei onderzoeken en zo. Daarna volgde vaak een lange en heel pijnlijke injectiekuur met antibiotica.)
Ok, meiden, lees maar weer verder.
Dus nam de LTZ de te vermoeiende taak van de KPL erbij. Vermoedelijk met de nodige tegenzin. Denk ik, maar niet echt natuurlijk! Hij maakte zijn plannen en voerde die uit, zoals een waar KM-officier betaamt. Hij ging met de dames uit eten, ze maakten een paar leuke uitstapjes in de buurt, pakten een terrasje en namen ’s avonds nog een paar gezellige slokjes in een club of een bar, of, misschien wel in de longroom, waar het goedkoper toeven was dan aan de wal, natuurlijk. Niet dat het verblijven met vreemde dames in de officiersruimte veel opschudding verwekte, zo gaat dat niet bij KM-schepen. Toen was het tijd om “in te leggen”. Eh, oud KM-spraak voor: slapengaan. Maar ja, hoe? De dames hadden een niet al te groot autootje, dus om hen daar weer in neer te parkeren, nee, dat kwam niet met ’s mans gentleman achtige en romantische aard overeen. Dus zocht hij voor hen een hotel, niet te ver van de haven. Het was maar voor een nacht dus een tweepersoonskamer was genoeg en hoefde dus niet al te duur te zijn. Maar, een afscheidsdrankje moest wel natuurlijk, dus zocht hij de SGTBOTT op en die had nog wel een flesje lekker spul staan zonder accijnzen. De kamer werd geboekt, het afscheidsdrankje werd gedronken en, galant tot aan het knoopsgat, stelde mijnheer voor dat hij hen alleen zou laten. Maar, nu ja, dat viel niet zo goed, bij Britte en Birgitte, ik noem maar wat.
Ik ben er niet bij geweest, maar uit de latere verhalen van de LTZ, begreep ik dat ze hem smeekten, zeg maar, om die nacht bij hen te blijven. Om de nacht dus met hen door te brengen. Hij keek rond, maar zag geen sofa of een derde bed. Ook geen “bath” zoals in het nummer Norwegian Wood van de Beatles, waarin een man besluit om in de badkuip te slapen, maar waar de dame hem later uit opvist, om te, nu ja, je begrijpt. Nou, maar dat was ook niet helemaal de bedoeling, hoor. De twee eenpersoonsbedden werden tegen elkaar aangeschoven en dus was er plek zat voor drie pax.
Ik ben er niet bij geweest, maar uit de latere verhalen van de mijnheer, begreep ik dat ze hem om nogal wat smeekten. Ja, ja, mannen zijn ijdel op dat punt. Ik ga er verder niet op in, maar voor deze divisie chef ging de droom van menig man in vervulling. Een trio. Een ‘threesome’, zeg maar. Twee, niet geklede, dames, met een niet geklede mijnheer in een bed gedurende een hele nacht. Man! Nou ja, zo ben ik niet, jullie kennen me natuurlijk, maar ik begon het wel een beetje te begrijpen toen hij mij, iets later, zijn belevenissen in geuren en kleuren begon te vertellen. Nou, dat deed hij niet echt spontaan, hoor. Maar, er kwam een morgen, een dag of vier na het geweldige weekend, dat hij ‘last had’, zeg maar. Dus daarom al het hierboven geschreven verhaaltje over de ‘protocolair’, waar hij dus, officier natuurlijk, natuurlijk, niet aan had meegedaan. (Formeel was hij overigens strafbaar door zich niet (te) laten ontsmetten, maar ja.)
Dus even terug naar de pa, ik dus. Hij, de LTZ, wekte me, rond halfzes. “Ik heb nu een volle blaas, dus het kan.” Ik begreep hem snel natuurlijk, ik deed mijn ding met allerlei apparatuur, zie eerdere verhalen en had een half uur later, na uitgebreid kijken in een microscoop en het behandelen van allemaal object glaasjes, de eerste injectiespuit met antibiotica klaar en gaf hem een douw in de bips van zijn officiers togus. Ik waarschuwde hem dat hij natuurlijk nog helemaal niet genezen was, dat zoiets een week of twee duurde, meer soms, met vaak nog een prikbeurt en een controle over een week. “Maar: niet gaan lopen masseren, mijnheer, niet gaan lopen knijpen en zo. Uw ding gewoon gebruiken om te plassen, meer niet, anders kan het veel langer duren”, waarschuwde ik hem.
We moesten nog een week varen voor dat we thuiskwamen. Ik had mijn patiënt, zoals ik dat met hen allemaal deed, uitdrukkelijk verboden om elke morgen te gaan ‘knijpen’. Dus om te kijken of er nog ontstekingsproducten, zeg maar, uit de opening van de je-weet-wel, kwamen. Hij had dat ook niet gedaan en aan het einde van de kuur was hij vrij van dat.
Ik had bloed afgenomen en ingestuurd om te onderzoeken op Syfilis en ja, als die testen negatief waren, was hij pas daarna echt ‘vrij om te gaan in zijn bewegingen’ en ik had hem, net als alle anderen, want hij verdiende natuurlijk geen voorkeursbehandeling, begrijp me goed, ernstig op het hart gedrukt om zich voorlopig te onthouden van gemeenschap met de enige en echte echtgenote.
“Maar man, hoe kan ik dan tegen mijn vrouw zeggen dat ik hem der niet in kan stoppen?” “Nou, misschien had u dat moeten bedenken voordat u hem bij die andere vrouw der wel instopte?”, riposteerde ik rap. Hij zuchtte diep: “Vrouwen hè pa, vrouwen, ik kan der niet buiten, die worden mijn ondergang.”
Nu ja, ik ried hem aan, of is het raadde, om maar te zeggen dat hij een blaasontsteking had opgelopen tijdens een koude en winderige nacht aan boord, nu ja een dergelijk lulverhaal.
We voeren thuis. We gingen met weekend. Naar vrouwen die ons liefhadden, velen van ons dan, naar vrouwen die ons niet meer liefhadden en omgekeerd, zoals in mijn geval, of naar vrouwen, die antwoorden moesten krijgen, zoals in zijn geval.

Op een of andere stomme manier waren zijn Deense bedpartners achter zijn adres gekomen en waren afgereisd naar dat adres. De mevrouw van de LTZ had hen ontvangen, had het verhaal aangehoord, had hun zelfs een kamertje aangeboden en zij had alvast de barang van mijnheer ingepakt en aan de stoep gezet. Er waren dus drie vrouwen die hem bij thuiskomst opwachtten. Dat moet wat geweest zijn!

Later kwam ik hem nogal geregeld tegen. Hij woonde niet zo ver van ons beider plaatsing. Hij reed, samen met een ooitmalig maatje, die in zijn buurt woonde, op de racefiets naar het werk en ik sloot vaak bij die beiden aan. Hij deed toen of hij mij niet meer herkende. Maar het kan ook zijn geweest omdat hij nu bevorderd was en zich wat schaamde voor zijn ‘zuur’ zijn, zoals wij een geslachtsziekte benoemden, maar goed, dat weet ik niet meer.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

De Reunie

Een aantal maanden geleden schreef ik een laatste van vele Blogjes*, over de ALMO en plaatste dat op de 'site', heet dat zo, ja toch...