Na al die ontbijten en douche partijen en de bewonderende ach’s en wee’s
van zijn bak één maten moest de LTZ natuurlijk een plan trekken. Een hele dag
aan boord hangen, het was zaterdag, remember, deed het ook niet helemaal goed,
dus de man verzon een culturele list. Stukje rijden met de auto, een lekkere
lunch ergens, even hier en daar neerstrijken op een fraai terras en ja, goh, de
man was vrij van wacht en nog boerennachtsgast ook, dus hij kon gaan en staan
waar die wou. Hij lichtte zijn OOFF van zijn divisie in, dat hij af en toe
terug naar boord zou bellen en dan een eventueel telefoonnummer, waar die te bereiken
was, zou doorgeven. De dubbele wenste hem veel plezier en vooral veel genoegen.
Het was in die jaren nog ver voor de latere aidsellende. Ver voor de
schrik van de jaren tachtig en negentig. (Anno nu is dat meer Ebola, geloof ik.
Mazelen, hoor ik, het is nu zomer 2018.) Ik hoor niet zo veel meer over Aids en
zo, jullie? Dus nee, ja, we, de medische wereld en onze ziekenboeg, hadden (toen
nog) geen condooms in de volstrekt gratis aanbieding, zoals we dat, in later
jaren, wel hadden. Men deed nog aan
ontsmetten. Da’s een lang verhaal, maar waar het op neer komt is dat je een soort
bacteriedodend middel, protargol, door de mannen grappend protocollair genoemd,
met een glazen spuit met wijde mond, in de pisbuis binnenbracht en dan hoopte
dat het allemaal goed ging komen. Het was nogal een heel ritueel, overigens.
Eerst moest er gedoucht worden, daarna met een desinfecterend middel het hele
zaakje gereinigd en na de behandeling met de Protargol, moest het hele gebeuren
ook nog eens ingesmeerd worden met zogenaamde Calomel zalf. Man. Maar: de man
in kwestie moest zich ook in het zogenaamde schoftenboek, zoals dat dan genoemd
werd, laten inschrijven. Dat was een bepaald register waarin naam, voorletters
en tijdstip van de daad moesten worden aan gegeven. Ook de plaats van de daad.
Ja, dat was moeilijker dan neu... natuurlijk, want het was bedoeld om de
plaatsnaam aan te geven. Gelukkig schreven de mannen, die dat niet snaaiden, er
dingen in als: op de bank, in het kolenhok, in het steegje, naast haar moeder
en de fraaiste was: in de kajuit, op de vloer van de ouwe.
(De bedoeling was natuurlijk om statisch te bezien waar er het vaakst
vreemd werd gegaan, zoiets dan.)
(FEIT:
Dat ontsmetting middel was zo
efficiënt, dat 95% van de mannen die zich ontsmette geen soa opliep.
Waarschijnlijk omdat de bacteriën net zoveel pijn hadden bij het ontsmetten, de
profylaxe zoals dat heette, als de man zelf en dan weleens een ander huishouden
wilden opzoeken, of zo.)
Dat Protargol, met een
werkzame stof een vorm van een zilveroxide, was heel beperkt houdbaar en dus
maakte de ziekenpa dat de avond voor er weer een buitenlandse haven werd
aangedaan, pas aan. Dat was een k.. werk, overigens, maar ja, alles voor je
bemanning, niet waar!
Die aidsepidemie is
natuurlijk verschrikkelijk geweest, mind you en is natuurlijk nog niet helemaal
over. Maar, ze is tot staan gebracht en heeft niet een kwart van de
wereldbevolking gekost, waar we ooit bang voor werden gemaakt.
Wel heeft Aids de ‘Urban
Legends’ ooit helemaal aangewakkerd. Ooit eens, op een ander schip met een
ander en mooi smaldeel, was ik in Australië, tijdens een Oostreis. Een van de
mannen van dat smaldeel, en zoals Urban Legends gaan, weet je nooit wie of wat,
had een dingetje gedaan met een wildvreemde mevrouw in een hotel in Sydney. Na
afloop van hun gezellig samenzijn was de dame pleite en ontwaakte hij en las
met grote lippenstiftletters op de spiegel van de hotelkamer:
“WELCOME TO THE WORLD OF
AIDS!”
Maar nogmaals, ik ben er nooit achter gekomen wat er allemaal van waar
was. Natuurlijk waren er, toen en ooit, wel de nodige geslachtsziekten in de
wereld. De GO, gonorrhoeae, ofwel druiper, de Chlamydia en de Syfilis. Nee, ik
weet het, het is even een rottig praatje, maar nou ja, het mot maar even. Wij,
ziekenpa’s waren opgeleid om, onder andere, dat soort dingen op te zoeken, te diagnosticeren
en te behandelen. Dames, sla even een paar regels over nu, het is niet voor
jullie gevoelige en tere zielen bedoeld.
(Zijn ze weg?), Oké mannen, vroeguh, toen alles beter was, toen was er
de zogenaamde ‘peuken inspectie’. Die was vergelijkbaar bij je opkomst in het
MOKH. Je stond dan in de blote pielemoos aangetreden en een (sergeant) ziekenpa
deed dan een rondje, inspecteerde het lid en je moest het ‘praeputium’, de
voorhuid, naar achteren halen. De pa zag dan of je al dan niet een te strakke
had, de voorhuid, dus, of dat er geen ‘smegma’, in de volksmond: ‘kopkaas’ was
achtergebleven. Nou ja, die activiteiten werden er ook nog heel vaak uitgevoerd
aan boord van Hr. Ms. schepen. Aantreden, met volle blaas, voorhuid naar
achteren en dan uitknijpen. Had je uitvloed uit de penis, dan was je zuur,
letterlijk en figuurlijk. De pa nam je dan mee naar zijn hok, maakte met een
zogenaamde Oese een uitstrijkje van datgene dat de plasser afgaf en deed
allerlei onderzoeken en zo. Daarna volgde vaak een lange en heel pijnlijke
injectiekuur met antibiotica.)
Ok, meiden, lees maar weer verder.
Dus nam de LTZ de te vermoeiende taak van de KPL
erbij. Vermoedelijk met de nodige tegenzin. Denk ik, maar niet echt natuurlijk!
Hij maakte zijn plannen en voerde die uit, zoals een waar KM-officier betaamt.
Hij ging met de dames uit eten, ze maakten een paar leuke uitstapjes in de
buurt, pakten een terrasje en namen ’s avonds nog een paar gezellige slokjes in
een club of een bar, of, misschien wel in de longroom, waar het goedkoper
toeven was dan aan de wal, natuurlijk. Niet dat het verblijven met vreemde
dames in de officiersruimte veel opschudding verwekte, zo gaat dat niet bij KM-schepen.
Toen was het tijd om “in te leggen”. Eh, oud KM-spraak voor: slapengaan. Maar
ja, hoe? De dames hadden een niet al te groot autootje, dus om hen daar weer in
neer te parkeren, nee, dat kwam niet met ’s mans gentleman achtige en romantische
aard overeen. Dus zocht hij voor hen een hotel, niet te ver van de haven. Het
was maar voor een nacht dus een tweepersoonskamer was genoeg en hoefde dus niet
al te duur te zijn. Maar, een afscheidsdrankje moest wel natuurlijk, dus zocht
hij de SGTBOTT op en die had nog wel een flesje lekker spul staan zonder
accijnzen. De kamer werd geboekt, het afscheidsdrankje werd gedronken en,
galant tot aan het knoopsgat, stelde mijnheer voor dat hij hen alleen zou
laten. Maar, nu ja, dat viel niet zo goed, bij Britte en Birgitte, ik noem maar
wat.
Ik ben er niet bij geweest, maar uit de latere
verhalen van de LTZ, begreep ik dat ze hem smeekten, zeg maar, om die nacht bij
hen te blijven. Om de nacht dus met hen door te brengen. Hij keek rond, maar
zag geen sofa of een derde bed. Ook geen “bath” zoals in het nummer Norwegian Wood van de Beatles, waarin
een man besluit om in de badkuip te slapen, maar waar de dame hem later uit
opvist, om te, nu ja, je begrijpt. Nou, maar dat was ook niet helemaal de
bedoeling, hoor. De twee eenpersoonsbedden werden tegen elkaar aangeschoven en
dus was er plek zat voor drie pax.
Ik ben er niet bij geweest, maar uit de latere
verhalen van de mijnheer, begreep ik dat ze hem om nogal wat smeekten. Ja, ja,
mannen zijn ijdel op dat punt. Ik ga er verder niet op in, maar voor deze
divisie chef ging de droom van menig man in vervulling. Een trio. Een ‘threesome’,
zeg maar. Twee, niet geklede, dames, met een niet geklede mijnheer in een bed
gedurende een hele nacht. Man! Nou ja, zo ben ik niet, jullie kennen me
natuurlijk, maar ik begon het wel een beetje te begrijpen toen hij mij, iets
later, zijn belevenissen in geuren en kleuren begon te vertellen. Nou, dat deed
hij niet echt spontaan, hoor. Maar, er kwam een morgen, een dag of vier na het
geweldige weekend, dat hij ‘last had’, zeg maar. Dus daarom al het hierboven geschreven
verhaaltje over de ‘protocolair’, waar hij dus, officier natuurlijk,
natuurlijk, niet aan had meegedaan. (Formeel was hij overigens strafbaar door
zich niet (te) laten ontsmetten, maar ja.)
Dus even terug naar de pa, ik dus. Hij, de LTZ, wekte me, rond halfzes.
“Ik heb nu een volle blaas, dus het kan.” Ik begreep hem snel natuurlijk, ik deed
mijn ding met allerlei apparatuur, zie eerdere verhalen en had een half uur
later, na uitgebreid kijken in een microscoop en het behandelen van allemaal
object glaasjes, de eerste injectiespuit met antibiotica klaar en gaf hem een
douw in de bips van zijn officiers togus. Ik waarschuwde hem dat hij natuurlijk
nog helemaal niet genezen was, dat zoiets een week of twee duurde, meer soms, met vaak nog een prikbeurt en een controle over een week. “Maar: niet
gaan lopen masseren, mijnheer, niet gaan lopen knijpen en zo. Uw ding gewoon
gebruiken om te plassen, meer niet, anders kan het veel langer duren”, waarschuwde
ik hem.
We moesten nog een week varen voor dat we thuiskwamen.
Ik had mijn patiënt, zoals ik dat met hen allemaal deed, uitdrukkelijk verboden
om elke morgen te gaan ‘knijpen’. Dus om te kijken of er nog
ontstekingsproducten, zeg maar, uit de opening van de je-weet-wel, kwamen. Hij
had dat ook niet gedaan en aan het einde van de kuur was hij vrij van dat.
Ik had bloed afgenomen en ingestuurd om te
onderzoeken op Syfilis en ja, als die testen negatief waren, was hij pas daarna
echt ‘vrij om te gaan in zijn bewegingen’ en ik had hem, net als alle anderen, want
hij verdiende natuurlijk geen voorkeursbehandeling, begrijp me goed, ernstig op
het hart gedrukt om zich voorlopig te onthouden van gemeenschap met de enige en
echte echtgenote.
“Maar man, hoe kan ik dan tegen mijn vrouw
zeggen dat ik hem der niet in kan stoppen?” “Nou, misschien had u dat moeten
bedenken voordat u hem bij die andere vrouw der wel instopte?”, riposteerde ik rap.
Hij zuchtte diep: “Vrouwen hè pa, vrouwen, ik kan der niet buiten, die worden
mijn ondergang.”
Nu ja, ik ried hem aan, of is het raadde, om
maar te zeggen dat hij een blaasontsteking had opgelopen tijdens een koude en
winderige nacht aan boord, nu ja een dergelijk lulverhaal.
We voeren thuis. We gingen met weekend. Naar
vrouwen die ons liefhadden, velen van ons dan, naar vrouwen die ons niet meer
liefhadden en omgekeerd, zoals in mijn geval, of naar vrouwen, die antwoorden
moesten krijgen, zoals in zijn geval.
Op een of andere stomme manier waren zijn Deense
bedpartners achter zijn adres gekomen en waren afgereisd naar dat adres. De
mevrouw van de LTZ had hen ontvangen, had het verhaal aangehoord, had hun zelfs
een kamertje aangeboden en zij had alvast de barang van mijnheer ingepakt en
aan de stoep gezet. Er waren dus drie vrouwen die hem bij thuiskomst opwachtten.
Dat moet wat geweest zijn!
Later kwam ik hem nogal geregeld tegen. Hij
woonde niet zo ver van ons beider plaatsing. Hij reed, samen met een ooitmalig
maatje, die in zijn buurt woonde, op de racefiets naar het werk en ik sloot
vaak bij die beiden aan. Hij deed toen of hij mij niet meer herkende. Maar het
kan ook zijn geweest omdat hij nu bevorderd was en zich wat schaamde voor zijn
‘zuur’ zijn, zoals wij een geslachtsziekte benoemden, maar goed, dat weet ik
niet meer.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten