Het
was eigenlijk een bizar iets. Tijdens een, nu eens kort, bezoek aan Plymouth, we kwamen
er zo vaak in die tijd dat onze mensen vaak mopperden dat we er misschien beter
een huis konden huren in die stad, dan wel of ‘ingeschreven konden worden bij
bureau huisvesting, daar, was de klacht. Maar toch voelden we dat we ons
helemaal thuis in die vrij saaie haven. Hoewel er niet veel te beleven viel,
maar het volk was aardig want vaak Royal Navy volk, ouders, echtgenotes of
kinderen van RN-mannen. En, oh ja, je had er een aardige zaterdag markt waar ik
geregeld gebruikte boeken kocht, werken van Hammond Innes, Douglas Reeman van
Basset of Trew, maar ook vaak fraaie en goedkope boeken over marineschepen en
maritieme historie. In mijn boekenkasten staan er nog de nodige van, met enorme
korting uit die Ramsj gekocht.
Tijdens
een van onze zaterdagmorgen loopjes, die ik soms alleen of met wat maatjes maakte, zagen we twee fregatten van de RN in de
haven liggen, met allebei een Argentijnse vlag op het halfdek. Het waren,
volgens mij, twee fregatten van de ‘Amazon’ klasse, maar goed, dat weet ik niet
helemaal zeker. De Argentijnen hadden, begreep ik, maar ik vind dat niet zo
snel terug, twee fregatten van de RN overgenomen. Wat ik wel zeker weet is dat
enige tijd later de ‘Falkland’ oorlog uitbrak. Dus even een hele korte geschiedenis.
In
de zuidelijke Atlantische oceaan ligt een Eilandengroep, de Falkland eilanden, ingenomen door de Britten, ergens in de achttiende eeuw, als tussenstation voor de walvisvaarders of/en the RN, zeg maar.
De Argentijnen claimden dat die groep eilanden al door de eeuwen heen Argentijns
was, (Las Malvinas) terwijl de gehele en hele kleine, bevolking uit Engelse ‘kolonisten’ zeg
maar, bestond. Een Argentijnse legereenheid ging de eilanden bezetten en de
vrouwelijke premier van de UK, "the Iron Lady”, Margaret Thatcher, aarzelde geen
moment en zond een zogenaamde ‘task force’ naar de, overigens totaal
onbeduidende eilandengroep die nauwelijks 3200 inwoners kent. Maar goed, terecht
waren de ‘Butsen’ op hun plasser getrapt. Het mini brandje werd niet in de kiem
gesmoord maar werd echter een heuse oorlog waarbij duizenden militairen aan
beide kanten sneuvelden. Ook maritiem technisch ging het niet helemaal goed. De
Argentijnse kruiser AMA Belgrano, de
oude USS Phoenix, werd tot zinken
gebracht door de onderzeeër HMS Conqueror. HMS Sheffield werd ook een slachtoffer. Ook een paar Amazon
klasse schepen overleefden die oorlog niet of ternauwernood.
Het
tot zinken brengen van de net eerdergenoemde Sheffield, bracht veel reuring
teweeg. Het schip werd getroffen door een Exocet raket, een wapen dat de
Engelsen zelf maakten en aan de Argentijnen hadden verkocht. Vermoedelijk
herkende het onderschepping systeem aan boord van de Sheffield het wapen niet,
als zijnde een eigen wapen. Nu ja, dat hele Sheffield incident, kregen wij, maar ook op
andere fregatten, voorgeschoteld als oefenstof tijdens de NOST, de Navy
Officers Sea Training, een ‘opwerktraject’ voor NAVO-schepen. (Vaak vervloekt,
je werkte je de Jan tandjes, je oefende je de Tinken vering, maar wel helemaal
goed voor schip en bemanning, zeg ik nu, nog uitblazend na de laatste Sea Rider
inspectie.)
Overigens,
een kleine noot: onze ouwe Dikke Boot, Hr. Ms. Karel Doorman deed ook dienst in
die Argentijnse Marine, nu als AMA Veinticinco
de Mayo. Ze speelde een kleine tot geen rol, in die oorlog, ze werd
teruggetrokken uit vrees dat ze getorpedeerd zou worden, net als de Belgrano.
(Ook
de RFA Sir Tristram werd zwaar
beschadigd. Ze werd met een of ander heel groot liftschip aan boord genomen en
gerepareerd in de UK. Ik heb jaren later een hele fijne tijd aan boord van die Sir
Tristram doorgebracht en ben zelfs gedurende een week, chef ziekenboeg op haar
geweest. Da's een heel maf verhaal, maar dat vertel ik (n) ooit nog wel eens.)
Maar enfin en soit en zo, nu even opschieten. Toen
al onze proef- en opwerkvaarten afgelopen waren, was het in de holst van de
Falkland oorlog, of wel de oorlog om de Malvinas, zoals de Argentijnen dat
zeggen. Nee, het was aanvankelijk ‘a little war”, zoals de Limeys dat toen nog
zo vrolijk zeiden, maar het kostte hen wel een hoop schepen, maar, erger nog,
een hoop getrainde maten en mariniers. Dat het Empire uiteindelijk won, was
natuurlijk te danken aan de RN en de Royal Marines. (Maar ze hadden, zei ik al,
een enorme prijs betaald. Het boek: Rainbow
Soldiers, ISBN 0722191995, van ene Walter Winward, is een schitterend
verhaal over die oorlog en dus een aanradertje!)
De NAVO werd helemaal buiten die, door Mrs.
Thatcher, zeg maar, gewonnen oorlog gehouden. Edoch, niet onze KM. Nu ja, we
deden niet aan die oorlog mee, dat niet, maar we waren in zoverre wel betrokken
bij die strijd, dat de Butsen (dat zeggen onze MARN’s tegen hun Engelse
collegae) nu natuurlijk hun vloot, in ieder geval dat wat ervan over was, naar
het zuiden van de Atlantische oceaan moesten dirigeren en dat wel ASAP*. Daar
zijn heldenverhalen over verteld en geschreven. Ik, praktiserend Anglofiel,
geloof dat allemaal. Ik ga heus geen lans breken voor die gasten die, na
honderd jaar nog niet weten dat ze aan de verkeerde kant van de weg rijden of
die nog steeds hun patat, nou ja, patat, uit een krant schaften, met verkeerde
vis erbij met van die walgelijke vinegar maar: in Navy zaken weten ze wel wat
ze doen.
Maar goed. De RN had een hele zooi subs, kort
voor submarines of wel onderzeeërs die natuurlijk ook moesten worden ingezet.
(Een van hen heeft trouwens een fraaie prijs behaald. HMS Conqueror torpedeerde
de ARA Belgrano, een, weliswaar al veertig jaar oude kruiser, maar toch en zie
boven.) Maar ja, hun boven water schepen waren dus allemaal aan het opwerken en die subs
hadden nu geen doel- en oefenschepen om mee af te oefenen. Dus vroeg Maggie aan
onze regering of wij wilden helpen. When
the going gets tough etc. Dat was natuurlijk weer aanleiding tot een hoop
politiek gezeur en gedoe want dan zouden we ook indirect in die oorlog
betrokken worden en zo, maar de bazen van de KM waren kort door de bocht: er
moest toch al een Nederlandse onderzeeër naar de UK om te oefenen en ja, die moest dus
oefenen met een Nederlands fregat, dat was logisch, nietwaar? De politici
buitelden over elkaar heen vanwege de fijne en no-nonsense oplossing die de
marine baas weer gevonden had en stemden hartgrondig in. Dus werd de Almo naar
Faslane en omstreken gestuurd om daar de resterende Engelse onderzeeërs af te
oefenen.
Maar, niet alleen de onderzeedienst bemanningen moesten
die oefeningen ondergaan, maar ook een heleboel choppers, heli’s, dus, moesten
aan- en opvliegen op een bij voorkeur zoveel mogelijk hellend en steigerend
dek. Nu ja, dat deden wij en de zeegang dan wel voor hen. Maar ook Engelse bevoorradingsschepen moesten het vak nog leren en dat dan van een professionele
bemanning zoals de onze.
Ik weet dat we in die tijd heel veel te doen
hadden met de RFA Black Rover. We hadden er, naar het bekende wijsje van de
Dubliners, een hele populaire Ierse folkgroep, een tekstje op gemaakt, dat we,
na elke keer laden zongen. “And we no, no, never, no, no, never no more, will we load from Black
Rover, no never no more.” Vaak beantwoorden ze dat met
een flauw lied over windmills en zo. Ja, het was wel wat studentikoos, maar het
gaf wel de band aan tussen de schepen.
En, achteraf bezien, werd dat afoefenen daar in
Schotland met heel veel plezier gedaan. In mijn herinneringen hebben we een
week of acht in het gebied aan de Schotse westkust doorgebracht. Onze basis was
Faslane (Naval Base) aan het Gare Loch. Een basis die heel anders heet,
overigens en helemaal verborgen is in al die Lochs en andere zee inhammen in
dat woeste Schotland. Faslane was/is de basis voor de Engelse atoom subs. (Nu
werd onze detachering daar voor het Nederlandse volk behoorlijk geheimgehouden.
Atoom subs en linkse politieke groeperingen, zoals die toen redelijk aan de macht waren, lagen niet zo goed in die jaren, en
nog steeds niet, geloof ik. Er was al sinds jaren een kamp van geitenwollen
harry’s en Heidi’s, in die buurt, waaronder ook een Nederlandse politica die helemaal teugen
waren deel aan namen, en het zou een rel van ongekende afkomst zijn, zeg: herrie met heel veel
sambal, als het bekend zou worden dat wij, cloggies, terzijde mee zouden doen
aan de Falkland oorlog. In die tijd bestond de CPN nog en de PSP, allebei
marxistische partijen die nu, een op een overgegaan zijn in de SP en Groen Links, voor zover
ik het begrijp.)
Was dat opwerken in/bij Faslane een straf? Nou,
ik geloof niet dat wij dat zo zagen. We gingen vaak op maandagmorgen om 0800
naar zee, (Zulu of Bravo? Ik heb der nooit wat van gesnapt) en vrijdagmiddag, just in time for thea, waren we dan weer
terug. Dat deden we bijna altijd in het gezelschap van HMS Ajax, kijk, dat is
nu eens een naam die ik kan en durf uit te spreken. De Ajax was een al wat oudere
Leander klasse fregat. De Engelse Van
Speyk’ s, zeg maar, maar dan net andersom. Wij hadden in licentiebouw de
Van Speyk fregatten gebaseerd op de Leanders, maar wel aan onze normen
aangepast, natuurlijk. Die Ajax, spreek uit: Ejeks, was een mooi en goed schip
en we hadden hele goede contacten met haar en met haar bemanning. Wij dronken
bij hen, ze aten bij ons en dat over en weer.
Maar door de week vielen wij hun onderzeeërs
aan, zij vielen ons dan weer aan en volgens onze onderzeeboot bestrijding team,
wonnen wij, elke keer weer. Volgens de Engelsen overigens wonnen zij, elke keer
weer. Feit is, dat we na afloop van onze missie een prachtig en complimenteus
telegram kregen van hun vlagofficier die ons hartelijk dankte voor onze
professionaliteit. Hij had weinig schepen meegemaakt, schreef hij, die zo een inzet,
bereidheid en zo een vakmanschap en enthousiasme hadden om Engelse schepen tot
zinken te brengen, ten toon hadden gespreid, als een vroegere vijand en latere
bondgenoot. Nu ja, niet na de vierde Engelse, in zijn language: ‘Fourth Dutch
war’. Of zoiets.
In ieder geval kregen we eens een seintje van
een CDT van een van die Engelse ‘subs’. Het was zo, dat, du moment je een onderzeeër
peilde, er een oefenhandgranaat overboord werd gegooid. Die deed verder niks,
maar maakte wel een harde knal. (Zie het verhaal over Teun, verder op.) Het
seintje van die Engelsman was: “Stop trowing your bloody handgrenades, you’re giving
the crew a headache, zo piss off, you’re too good.” Om dus alleen maar aan te geven
dat ons OZB-bestrijdingsteam behoorlijk ‘on the ball’ was.
(Met dank aan de bijdrage van Hans. Hij vertelde
een fraaie anekdote over het ASAP aflossen van een Engelse ‘Wannabee sub CDT De
man had te veel gelebberd en maakte enorme fouten dus werd hij, zonder enig
pardon van boord gehaald, met een heli.’ Maar ook herinneringen aan Dolle
Driekus vloeien nu de ouder wordende geest binnen. Hij werd een van de laatste
echte ‘types’, zoals die wat excentrieke figuren worden genoemd, bij de baas.
Dacht je? Maar we hadden geloof ik allemaal van dat soort figuren aan boord. Ik
ga nu een man noemen, natuurlijk alleen zijn voornaam. Een stoker: Jan! Hij was
zo groot en grofstoffelijk dat je hem het liefste uit de weg zou gaan, zeker
bij verduisterd varen of bij oefeningen met zwart licht*. Maar, hij was ook een
van de meest zachtmoedige figuren aan boord. Hij had zich ooit, nog op de
Snellius, in het dok, ontfermd over twee ‘hang- of zwerfkonijntjes’, ergens
opgepikt tussen de rails van de kranen, verlaten door het nest, die in zijn
blauwe werkhemd een warm nest vonden. Hij voerde ze met de fles en zo, staat me
bij. Toen een van de twee helaas in het lege droogdok was gevallen en daarbij triestig
was omgekomen, huilde hij tranen met tuiten.
Deze Jan is momenteel een van de weinige Shihans in de wereld. Ik ben zelf niet
zo goed in die termen, maar ‘stoker’ Jan is dus een van de meest vooraanstaande
gevechtsinstructeurs ter wereld, zo niet de meest vooraanstaande, in die
sporten. Pet af, buigen en ook heel diep en helemaal gemeend. Ik weet dat 'ie de serie leest, dus Jan: hierbij!)
Stappen in die tijd van Faslane? Faslane Naval
Base was niks, eigenlijk. Nou ja, wilde je stappen dan moest je eigenlijk wel
naar Helensburgh, een gat, of naar Glasgow, maar die laatste stad was een
behoorlijk eindje weg. Je kwam dan onder ook andere langs Loch Lomond.
(Striplezers, nu ja, Kuifje strip lezers in
ieder geval, weten dat Loch Lomond whisky
een running gag is in heel veel Kuifje albums. Zo drinkt de Kapitein, Haddock,
geregeld (teveel) Loch Lomond en Kuifje ontvlucht eens een zooi boeven, zittend
op een ketelwagen van dat merk. Zijn trouwe hond Bobby zit echter onder een
lekkage van die Scotch en heeft een gillend stuk in zijn edele delen, na een
paar pagina’s.)
Faslane is dus noppes. In Faslane zelf had je
wel een kroeg hoor. Die werd gerund door ene Moira. Een Schotse die dan wel
niet zo oud was als de Hooglanden zelf, maar wel een figuur had als die
Hooglanden zelf, met heuvels en dalen met fraaie doorkijkjes, zeg maar. Als je
me vat, dan, maar dat zal wel niet, want jullie zijn allemaal nette heren dan
wel dames, natuurlijk.
Glasgow, daar kon je naar toe met een soort
opstap busje, maar om die stad te bereiken reden we eerst (toen) door allemaal
nare en saaie buitenwijken, allemaal van die Coronation Street straten en ja,
ik zelf vond er aanvankelijk weinig aan, als ik eerlijk ben, maar toen ik de
binnenstad had bereikt en de stad echt goed bekeek, werd ik wanhopig verliefd
op die stad. Later kon ik haar nog eens bekijken en ja, wat een fraaie en
bruisende stad is het eigenlijk!
Ik moet nog wel even een verhaal kwijt over een
van onze opvarenden, een NAUT, ene Rob. Hij was, hoe zeg ik dat netjes, een
soort ‘natuurmens’ zeg maar. Kennen jullie je klassiekers, zoals de strip:
Suske en Wiske? Dan weten jullie dat daar ene Jerommeke in voorkomt. Een
natuurmens, hij was heel clever, voor de dood niet bang en walgelijk sterk. Ik
heb me, door ene KWMR laten vertellen dat, net voordat we lasten gingen
overnemen, vier man met het zogenaamde testgewicht aan het sjouwen waren. Dat
test gewicht was 150 kilo zwaar en werd eerst een paar keer tussen de schepen
overgezet om te zien of de lijnen die test wel konden ondergaan, voordat de eigenlijke
lasten werden overgezet. Zijn collegae knoeiden een beetje, struikelden wat
heen en weer en hij zag het hoofdschuddend aan, duwde zijn collegae opzij, zei
iets van sukkels of zo en sjouwde in zijn eentje het genoemde gewicht naar de
daarvoor bestemde plek. Zie hier: Rob. De man was overigens ook een van die
figuren die, net als die bepaalde KWMR helemaal in het straatje van de Almo
paste. Zo kwam hij ooit in een Kneipe
in Hamburg. Daar waren veel dames aanwezig van lichte en dus van hele sympathieke
zeden, zoals men dat ooit noemde. De bar zat helemaal vol, onder andere met veel
van die dames. Rob kwam binnen, wilde een biertje kopen en plaats nemen aan de
bar. Hij zag dat al die krukken helemaal bezet waren door in ragfijn en bijna niets verhullend ondergoed gehulde dames. Maar: Rob wilde zitten
met zijn biertje en dat ook aan de tap. Hij bedacht zich niet, haalde met zijn
maat 45 uit en schopte een kruk onder het zitvlak van een van de dames van de
vlakte uit: “Jij wordt betaald om te leggen, ik betaal om te zitten”, vertelde
hij haar kort en bondig.
Rob heeft in Glagow trouwens wel een hele korte
verkering met een WPC* (een vrouwelijke politieagente) gehad. Dacht hij. Hij zoende haar, toen ze hem wilde
oppakken, omdat hij in een standbeeld was geklommen, vol op de, je weet wel.
Die ‘verkering’ eindigde overigens in een cel van de MOD* police.
Ik zelf heb, dat was net na de Falkland oorlog,
ook nog eens zo een raar stap akkefietje gehad. Ik ging nooit stappen
natuurlijk, nu ja, bijna nauwelijks, heel soms, een enkele keer dan. Die avond,
een tijdje later en het was in Portsmouth, was ik met die heel bepaalde KWMR, ene A.E. de wal
op. We hadden vooraf een klein biertje gepakt in de Leeuwenkuil, hadden nog
even een lokale Pub bezocht en waren in een opperbeste stemming. We hadden weer
een week heel hard gewerkt en hard gevaren, we hadden veel gedaan, mooi werk
afgeleverd en het schip zag er weer helemaal “kek” (een uitdrukking van onze
NAVO, ook al zo een apart figuur) uit. Dus ja, we pakten een pint ergens en mijn
stapmaat wilde weleens een lied zingen als hij een biertje op had. Zijn
repertoire keuze was niet helemaal doordacht. Want om nu “Don’t cry for me
Argentina” te zingen, terwijl de laatste Engelse schepen vol kogelgaten en met
moeite opgelapt terug de haven binnenkwamen? Het leverde geen punten op en
zeker geen omkerende stoelen of zo.
Wel een hoop kritiek van de Engelse vakjury en een sprint onzerzijds om aan een pak slaag te ontkomen.
Wel een hoop kritiek van de Engelse vakjury en een sprint onzerzijds om aan een pak slaag te ontkomen.
Tja, stappen, dat zeemansleven, dat is wel
zwaar.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten