Weer zo een type
Voorbeeld een:
Dit is even over de eerste ziekenpa, die ook P. heette, net als mijn betreurde P2, die helaas al jaren geleden overleden is, maar aan wie ik nog steeds heerlijke herinneringen koester. Als goed chef, nam ik mijn (nieuwe) ziekenverpleger OC een mee om voor te stellen aan de ‘ouwe’. Dat was dus nog in het nare en glas-met-beton kantoorgebouw in Schiedam. De overste riep: “Binnen” en dat deden we dus. Maar P. 1 deed dat met een ‘tapdansje’. Je kent dat wel uit oudere films: klik, klak, klik, klonk het en hij eindigde zijn voorstelling met een knie op het tapijt: “Hé commandant, ik ben P.” De ouwe keek vreemd, keek nog eens vreemd en keek naar mij. Ik haalde mijn schouders op! Wist ik veel wat voor een man het was! De ouwe wist genoeg. “Als je zo vrolijk blijft tijdens alle werkzaamheden en alle oefeningen, mijn jongen, dan blijf je in mijn belangstelling staan. En al helemaal als je je werk doet zoals mijn standaard is. Je korp weet wat mijn standaard is, toch korp” Ik: “Helemaal commandant.” “Goed mannen, ga zitten, koffie, roken?”
Dit is even over de eerste ziekenpa, die ook P. heette, net als mijn betreurde P2, die helaas al jaren geleden overleden is, maar aan wie ik nog steeds heerlijke herinneringen koester. Als goed chef, nam ik mijn (nieuwe) ziekenverpleger OC een mee om voor te stellen aan de ‘ouwe’. Dat was dus nog in het nare en glas-met-beton kantoorgebouw in Schiedam. De overste riep: “Binnen” en dat deden we dus. Maar P. 1 deed dat met een ‘tapdansje’. Je kent dat wel uit oudere films: klik, klak, klik, klonk het en hij eindigde zijn voorstelling met een knie op het tapijt: “Hé commandant, ik ben P.” De ouwe keek vreemd, keek nog eens vreemd en keek naar mij. Ik haalde mijn schouders op! Wist ik veel wat voor een man het was! De ouwe wist genoeg. “Als je zo vrolijk blijft tijdens alle werkzaamheden en alle oefeningen, mijn jongen, dan blijf je in mijn belangstelling staan. En al helemaal als je je werk doet zoals mijn standaard is. Je korp weet wat mijn standaard is, toch korp” Ik: “Helemaal commandant.” “Goed mannen, ga zitten, koffie, roken?”
De ouwe en de ouwe één hadden een goede relatie,
je kunt het niet verwoorden maar der was wat tussen die twee, nee niks, van
dattum, nee, maar een soort wederzijds respect. Ik vroeg het jaren later aan
P., tijdens een biertje drinken, we waren allebei al de dienst uit en hij wist het
ook niet exact, maar wist dat er wel een goede verhouding tussen hen was. Was
het humor, zaten ze op dezelfde golflengte, geen idee, maar er was een enorm
respect tussen die twee.
Voorbeeld twee:
Een zaterdagmorgen op zee, ergens in Het Kanaal,
na afloop van de proefvaarten. Het is tegen negen uur in de morgen dat de ziekenboeg leeg is, alle
mannen zijn aan het werk, het verbanduur is afgelopen en de rust is terug
gekeerd in de ziekenboeg. Het is dus zaterdagmorgen, zoals gezegd en, op zee, is zaterdag een
(halve) werkdag, voornamelijk gevuld met schoonschippen. Ik begin eraan, tegen
negen uur, maar heb mijn ziekenpa, P. de OC dus, nog niet gezien die morgen. Tegen
tien uur duikt hij wat onwennig en schutterend op: “Sorry, man, gezopen, er was
een horse race* in het caf en nou ja, dus even een biertje pakken en ..” Ik
rook zijn kegel en het was geen geringe kegel. “Nou, lazer maar op en ga je kop
leegmaken en ga opdrogen op het helidek. Ik red me wel en ik ga je zien. Maar:
volgende vrijdag ben jij de l.., qua schoonschip, ouwe!” Hij snuift op zijn
bekende manier met zijn markante kop, met die geprononceerde neus: “Ok”, hij draait zijn kegel om, loopt die achterna
en verdwijnt.
Ik doe het hele schoonschip alleen. Hetgeen ik niet erg vind hoor. Ik strooi en
sprenkel een hele hoop Lysol, Dettol en allerlei goede en steriel ruikende schoonmaakmiddelen
in mijn sop en ga de ziekenboeg te lijf.
In de AMUS hut, toen nog bij de toelissen onder
beheer, draaien ze tijdens het schoonschippen bandjes*, en onder andere een van
mijn bandjes en ik ben druk en met plezier doe ik mijn werk. De muziek die ik
laat draaien is onder andere van Boudewijn de Groot, maar ook van Simon and
Garfunkel en ja, het is lekker werken zo. Af en toe haal ik een mok koffie, bij
de officieren vandaan, dat is dichterbij en dan steek ik ook nog eens de brand in een lekkere
zware.
De ZB ziet er tegen halftwaalf uit als om door
dat bekende ringetje enzovoort. Het is nu kwart voor twaalf. Alles is Spic en
Span. Ik kijk met plezier naar mijn werkplek, check nog wat moeilijke hoekjes,
maar nee, hoor, hier kan niemand een foutje vinden. Laat de inspectie maar
komen! Ik steek nog even een laatste strootje op, dat mocht toen nog op werkplekken,
zelfs in ziekenboegen, en bekijk vanuit mijn bureaustoel naar de glimmende
werkplek. Laat de ouwe maar komen voor zijn onspetie bedacht ik. Dan zie ik opeens een foutje. Een
vergeten sopdoek.
Kennen jullie ze nog? Die KM sopdoeken? Wit, met
een roodachtige geblokte rand? Ze kwmen met duizenden voor bij de Km in die tijd. Makkelijk spul, ze namen veel vocht op, waren makkelijk uit te knijpen en droogden heel snel.
Maar:F... it, ik had zo’n ding op de operatietafel laten liggen. Oh ja, die moest ik nog even opruimen, dus. De deur ging opeens wild open en P. kwam, totaal verwilderd door de zeelucht en het wilde water, met zijn haar helemaal in de war, maar de kater van de avond ervoor was behoorlijk verdwenen, ons ‘medisch centrum Stuurboord’ binnen. Hij nam plaats op de onderzoektafel, zag die sopdoek, die ik had laten liggen en waarop hij bijna plaats had genomen (en zo misschien een nat acterwerk had kunnen krijgen) en pakte die op, en begon een fraai en woest verhaal over wat er de vorige in het caf allemaal wel was gebeurd.
Maar:F... it, ik had zo’n ding op de operatietafel laten liggen. Oh ja, die moest ik nog even opruimen, dus. De deur ging opeens wild open en P. kwam, totaal verwilderd door de zeelucht en het wilde water, met zijn haar helemaal in de war, maar de kater van de avond ervoor was behoorlijk verdwenen, ons ‘medisch centrum Stuurboord’ binnen. Hij nam plaats op de onderzoektafel, zag die sopdoek, die ik had laten liggen en waarop hij bijna plaats had genomen (en zo misschien een nat acterwerk had kunnen krijgen) en pakte die op, en begon een fraai en woest verhaal over wat er de vorige in het caf allemaal wel was gebeurd.
De deur knalde open! Kaan en provoost, de OOF
van het benedenschip, kondigden luidkeels aan: “Rond! Inspectie!” Maar, het was
deze keer niet de ouwe die de inspectie deed, het was Ko, de EO, onze Ko de Boswachter. Ik sprong, toen
deed je dat nog, overeind en in de houding en meldde: “Ziekenboeg gereed voor
inspectie!” Ko, de EO, kwam binnen, deed een stap en, nog op de verhoogde
drempel, snoof hij, iets verlekkerd, de geur van Lysol en Dettol en zeep op.
Hij deed zijn ronde, keek in alle (niet) vergeten hoekjes, maar vond niets,
keek in de toiletpot, maar zag en rook niets, keek in allerlei plekken die ik
ook had schoongemaakt en grijnsde breed, met die bekende en wat scheve en
cynische lach van hem. P. was ondertussen opgestaan met die sopdoek nog in zijn
hand. “Het ziet er voortreffelijk uit, eerste klas!”, zei Ko, “goed gedaan!” “Ach
ja mijnheer, je moet die ouwe mannen niet alles laten doen, toch? Daar hebben
ze hun matrozen voor”, antwoordde mijn eerste klas met een grijns. De grijns
werd beantwoord door Ko.
“Je hebt gelijk mijn jongen. Vooral als zo een
ouwe man je al die tijd indekt tijdens je bijna achterzeilen, geloof ik!”
Ik weet niet of ik heel hard lachtte, toen, maar wel heel lang.
Ik weet niet of ik heel hard lachtte, toen, maar wel heel lang.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten