zondag 27 januari 2019

Kerstdagen: schip van de wacht (Vriend Gypsie)


Schip van de wacht (Kerstdagen op zee)

“Vroeguh, toen was alles betuh”, hoor je vaak vertellen. Nu ja, in mijn ogen is niets minder waar, maar iedereen mag zijn eigen mening verkondigen, dat is het fijne van een democratie, natuurlijk.Maar vroeger hadden we wel een schip van de wacht. 
(Dat was voordat allerlei toeslagen en financiële verbeteringen voor Janmaat werden ingevoerd zoals: vaartoelage, compensatieregelingen en wat is er nog meer. Vroeguh, kreeg je alleen maar een paar florijnen havengeld, in een buitenlandse haven alleen maar dan. Als je ging stappen, bestal je je gezin eigenlijk, je verdiende met het varen en ver weg zijn van je gezin geen ene piek meer, hoor, vaak het tegenovergestelde.)
Maar goed, ik had het in de titel het heel even over schip van de wacht en oudere lezers begrijpen wat ik daar mee bedoel. Zo’n schip, dat was aangewezen als schip van de wacht, was bijna altijd een jager of, later, een fregat. Dat aangewezen schip ging dan op maandag, iets na de middag, naar zee en voer dan langs de kust, vanaf Zeeland tot de Duitse wadden eilanden, maakte een rondje booreilanden en hield goed uitzicht op overtredingen die door andere schepen werden begaan. Vaak was dat toezien op het illegaal lozen van oliehoudende vloeistoffen van tankers of zo. Soms ook was het tussenbeide komen in ruzies die vissers onderling hadden. Dat gebeurde nogal eens en ik geloof dat ome Kees ooit een waarschuwingsschot heeft laten afvuren, maar het kan ook een romantische herinnering zijn, natuurlijk. Kortom: het schip van de wacht was een week op zee en voer en oefende vrij veel in die week.
Enfin, ook de Almo moest aan haar verplichtingen voldoen en ja, omdat wij het jongste schip van de vloot waren, mochten wij de kerst van 1982 op zee doorbrengen. Ja, dat gaf gemengde gevoelens, natuurlijk. Kerst is toch voornamelijk een familiefeest, nietwaar, maar goed, er zijn ergere dingen en na die schip van de wacht periode zouden we (twee weken lang) met winterverlof gaan en dus oud en nieuw gewoon thuis doorbrengen. Nu viel het zo dat de Kerstdagen op een maandag en een dinsdag vielen.
Omdat uitvaren met Kerst geen optie was, nu ja, begrijpelijk, gingen we dus de vrijdag daarvoor al vertrekken. Nu zijn zaterdagen op zee halve werkdagen, die voornamelijk bestonden uit, voor de niet wachtlopenden, uit schoon schippen. Ik heb dat persoonlijk altijd een prettig karwei gevonden, zo, na het verband uur, zoals dat heette, met sop en dot en een hoop water de hele ziekenboeg van top tot teen te spic en spannen. Vaak waren mijn ziekenpa’s, de P’s genoemd dus, betrokken bij activiteiten in het caf of ingedeeld bij de CLD* en kon ik lekker, onder het luisteren naar de AMUS*, mijn ding doen.
Vaak was aan het einde van de dag een inspectie van de CDT en dan stond je bij de open deur en meldde je, in mijn geval dan: ‘Ziekenboeg gereed voor inspectie, commandant.’ De ouwe, de first, de CLD en de Kaan stapten dan binnen en keken en maakten een rondje. Nu was ome Kees niet zo een ouwe die met witte handschoenen aan onder een totaal vergeten hoekje vuil wilde vinden, maar de eerste officier(en) konden en deden dat vaak wel, dus je kreeg op je zuiger van de eerste man en niet van de ouwe. Handig bekeken, psychologisch gezien, natuurlijk. Vervolgens ging je als een gek aan het werk om juist dat vervuilde hoekje schoon te maken.
Daarna was het schaften en middagrust en de rest van de zaterdag kon je naar eigen behoren invullen. De zondag op zee was, voor de boerennachtgasten*, gewoon een vrije dag, behoudens noodzakelijke werkzaamheden. We amuseerden ons in ieder geval. Kerstdagen, zijnde christelijke feestdagen en dus zondagen, niet voor de wachtlopers, natuurlijk, waren natuurlijk ook vrije dagen.
Ik heb al eerder mijn vriend Gipsy ten tonele gevoerd, een vakman en een hele serieuze vent tijdens de werkdagen, maar een pretnummer ‘eerste klas’, ook al was hij dan wel al korporaal, na de werkzaamheden. Hij was vrij van wacht, behoudens de NBCD-rondes die we een keer in de zoveel dagen moesten lopen.
Dat van die rondes moet ik natuurlijk even uitleggen. Omdat het schip vol met allerlei sensoren zat voor allerlei metingen en meldingen gaat er natuurlijk niets boven een kien zeemansoog dat alles nog eens extra controleert, toch? Dus werd er elke nacht tot tweemaal toe een al eerdergenoemde NBCD-ronde gelopen ronde gelopen door een KPL, die boerennachtsgast was. Die ronde was best uitgebreid hoor. Je begon achteraan bij de meelbergplaats, meel kan gaan broeien natuurlijk en zo vlamvatten, je liep langs de meest waanzinnige compartimenten van het schip, de lik, ja echt, de cel voor gevangenen, die bestond op die schepen, het studieverblijf, noem maar op en je eindigde je ronde in de Licht Ontvlambare Stoffen bergplaats, helemaal in de piek. Die licht ontvlambare dingen waren natuurlijk verf en terpentijn en allemaal chemische troep, die inderdaad gevaarlijk waren. Vervolgens ging je dan nog eens zes ladders op, trappen hebben schepen niet, ladders heten die dingen, en je meldde je af op de brug. Daar rookte ik vaak nog even een strootje op de brugvleugel, lulde nog wat met roerganger en of uitkijk, vaak was dat toen al een gecombineerde functie, of met de seiner van de wacht en met de LTZ die het schip beheerde die wacht.
Ook nam ik, als de officier van de wacht het goed vond, het roer, zette hem van de automaat en de officier liet me dan een bepaalde koers sturen. Dat was' heel leuk, eigenlijk. Kortom dat waren helemaal niet zulke inspannende rondjes en, het is waar, je leerde het schip, nee, jouw schip, kennen als de bekende broekzak.

Enfin, terugkomend op die Kerstmis op zee show', zoals wij, korpedanten, dat later zijn gaan noemen. De eerste kerstdag (dus de maandag, we hadden, zoals je begrijpt, dus al anderhalve dag ‘rust’ gehad, even benadrukkend, was natuurlijk het hoogtepunt van die week. De LDV had voor een fantastisch kerstdiner gezorgd. Er was veel, er was meer, er was van alles en nog veel meer. Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik nog nooit zo veel en zo lekker heb gegeten. Ik zelf kook lekker, mijn lief kan ook heel lekker koken hoor, mijn kinderen hebben ook die gave, natuurlijk, maar tegen de top koks aan boord van die toen nog jonge dame, kunnen wij geen van allenhet  op.
Natuurlijk, zoals bij andere zondagen op zee, hadden we ons beste blauw aan, zeker voor het diner. (Zelfs wachtsvolk verscheen in blauw, met bintangs en al.)
Enfin, er was ondertussen een /verkiezing geweest voor KPL’s oudste* en, waarschijnlijk omdat mijn vriend Gipsy de stembiljetten had vervalst, was ik aangesteld als oudste.
(Ik ga niet verder op het verhaal in dat de toen uittredende oudste, die SGT was geworden en op de bekende manier naar de Gouden Bal was vervoerd, en mij de dag daarop al problemen bezorgde. Nu ja, niet hij, maar een van de notoire figuren aan boord, ene A. Wel op ingaan? Met tegenzin, dat begrijpen jullie wel. 
Goed dan, traditioneel wordt de te bevorderen man in een brancard gehesen, je kent ze wel, die rieten dingen die je op kan rollen zodat de patiënt flink is vastgesnoerd, vervolgens wordt die recht op gezet en wordt hem een biertje, of meerdere, gevoerd, later, gevolgd door een hapje. De man kan zich niet verweren, eten en drinken worden hem, als bij een gans voor de ganzenleverpastei, in zijn strot gewrongen. Tja, dat is natuurlijk vragen om problemen en in dit geval helemaal, de man in kwestie was altijd al een matige drinker geweest. Tsja, problemen bleven dus niet uit. Met een enorme golf kwamen drank en snacks weer naar buiten en kletterden op het dek van het KPL’s verblijf neer. Collega A., nooit verlegen om een stunt, pakte een lepel uit zijn broekzak, schepte de zurig walmende massa op en stak het in zijn mond. “Zonde van het eten toch?” riep hij. An sich, als we entre nous waren geweest, was dat niet zo erg, misschien. Maar omdat de ouwe was uitgenodigd voor dit festijn en die het ook allemaal meemaakte en zich vervolgens verontschuldigde en vertrok, was het natuurlijk wat jammer dat het gebeurde. De ochtend erna moest ik dan ook voorkomen bij ome Kees en kreeg een preek van de ouwe waar de honden geen droog brood van lusten. Ik kreeg onder uit de pul, natuurlijk. Ik excuseerde me en nam de schuld op me en bezwoer de CDT dat het nooit meer zou gebeuren en ja, het gebeurde ook nooit meer. (Ik had de mannen, ik was net een dag oudste, behoorlijk toegesproken en men begreep dat wij, die echt wel een streepje voor hadden bij de ouwe, dat niet moesten verkwanselen door zogenaamde lolligheid.)
Goed, na het kerstdiner was er een zogenaamd ‘open huis’. Dat wil zeggen dat, gedurende een uurtje of twee, alle verblijven van het schip geopend waren voor het publiek, zeg maar: iedereen kon een biertje komen drinken, op kosten van de desbetreffende gemeenschap, in dat verblijf. Nodeloos te zeggen dat de Leeuwenkuil uit zijn voegen barstte. Gipsy was een top gastheer in ons verblijf. Hij had wel een tweede barman bij zich, maar deed het leeuwendeel alleen. Hij zorgde niet alleen voor de steeds weer volle glazen, maar ook zijn muziekkeuze prevaleerde. Dat bleek vooral het nummer van Harry Slinger: "Je loog tegen mij ...” te zijn, maar ook Vienna van Ultravox en Golden Brown en zo. Heerlijke muziek die hij allemaal op een of twee cassettebandjes had opgenomen en die nu bleven circuleren. Het was oergezellig en het bleef nog lang rumoerig aan boord.
Kerstdag twee was het een beetje van hetzelfde. Ook nu liepen we in blauw, ook nu had de LDV voor een prima hap gezorgd, veel van de leftovers van de vorige dag en dat helemaal terecht natuurlijk, maar wel weer met allemaal verrassende wendingen op het menu en, zoals altijd, heerlijk!
Daarna draaiden we nog eens een muziekje, namen een biertje, deden een klaverjasje en ja, zo werd het avond, een film speelde, welke weet ik niet meer, maar er kwam een scene in voor waarin een Indiaan een Cowboy een speer door de borst wierp, hetgeen onze facteur deed uitroepen: “Goh, hij mag hem houden!”
Toen werd het woensdagmorgen en was het weer gewoon een normale werkdag. We hadden net een zaterdagmiddag en drie zondagen gehad met veel eten en met ook nog redelijk wat drank en die woensdagmorgen begon voor ons allen allemaal wat katterig. Tegen een uur of acht, we begonnen allemaal rond half acht aan de dag, weet je nog, kreeg ik een telefoontje van de chef van Gipsy of die zich toevallig ziek had gemeld en in zijn tampatje* lag. Nee, dus, niet dat ik wist. Tegen tienen liep ik, nog wat suffig, naar mijn verblijf en dronk daar, met meer collegae die ook wat pips en katterig waren mijn bakkie koffie. “Hebben jullie Gipsy gezien?” vroeg ik. “Zijn chef mist hem.” “Gipsy missen? Kan niet, niemand mist Gipsy”, was het sympathieke antwoord. En meer van dat soort grappen kreeg ik te horen. Ik besloot om, na de koffie, eens naar zijn hut te gaan. Na een kwartiertje stonden we op, maakten onze mokken schoon en wilden weer naar de diverse werkplekken verdwijnen. De deur werd opengegooid en Gipsy verscheen. In zijn beste blauw, cassettebandjes in zijn hand en liep, zonder links of rechts te kijken, naar zijn werkplek, achter de tap. Hij duwde “Ik loog tegen jou” in de gleuf, zette de muziek op heel luid, pakte een glas en tapte zich secuur een biertje in, dat klokkend in zijn keelgat verdween. “Mannen, feessie!” brulde hij. Wij waren stomverbaasd.
“He man, het is vandaag woensdag hoor, het is een werkdag, kom op joh”, riepen wij over de luide muziek heen. Hij keek ons verbaasd aan, deed de tapkraan nog eens los en zei: “Nou ja, ik ben nu toch al te laat, dus ik blijf hier maar.”
Zijn dag was nog lang en vloeibaar.



1 opmerking:

  1. Ja Lucas met het kerstdiner waren div stokers de pineut en konden hieraan niet deelnemen wat gebeurt de hulpketel gaf de geest en dat terwijl de kombuis rood gloeiend stond en de stoom dus nodig had en tevens de scheepsverwarming Duswas ikk ook del,, en willembosch en nog wat mannen v/d energie hebben de voedingspomp maar effe i/d werkplaats onderhanden genomenMaar geen drankje s en lekkernij van de chef kok nanias was dit toch en zijn mannen

    BeantwoordenVerwijderen

De Reunie

Een aantal maanden geleden schreef ik een laatste van vele Blogjes*, over de ALMO en plaatste dat op de 'site', heet dat zo, ja toch...