Eerlijk
is eerlijk, ik heb lang en nog getwijfeld om deze fraaie KM anekdote te
plaatsen, temeer daar ze niet op de Almo plaatsvond. Maar ja, ik doe het toch maar.
Deze
anekdote stamt dus niet van ons schip, maar ik vond haar te leuk om niet weer te
geven. Ik ben al een beetje op leeftijd en als ik het opschrijf blijft het bewaard, toch?
Voor de dames die dit lezen: dit is geen ‘vet’
praatje, geen gekleurd iets, geen schokkend verhaal, helemaal geen #MeToo
dingetje of zo, dus zeker geen poging om seksueel te intimideren. Dit is een
vorm van KM-humor, maar wel iets dat werkelijk is gebeurd.
Ik hou het netjes en bedek allerlei termen, waar
mogelijk. Goed? Ok, gaan we.
Aan boord van Hr. Ms. Fregat circuleerde in die
jaren een mop. Misschien bij de hele marine wel, maar ik hoorde haar in der
tijd op het schip de F. dus:
“Er komt een vrouwelijke matroos in de ZB. ‘Pa, ken je even naar mijn
bips kijken, (netjes hé?), ik geloof dat er een stukje glas in zit.’ ‘Hoe komt
dat dan?’ vraagt de ZVP. ‘Nou ja’, zegt ze, ‘ik zat aan de bar en het schip
neemt een schuiver en ik viel van de kruk af, precies met mijn achterwerk
(netjes weer) in een bierglas dat net stuk viel.’ De pa kijkt en zegt: ‘Nou ja,
het moet wel gehecht. Doe je broek uit, ga op je buik liggen en ik moet het even
schoonmaken. Wil je de ziekenma derbij? Dan laat ik haar even roepen, hoor.' 'Nee, niet nodig, ik vertrouw u volkomen en ja, zo jong bent u toch ook niet meer?' Dank je wel en zo, zei de pa. Dus: zo gezegd, zo gedaan. De pa inspecteert de wond, haalt er met een
pincet een stukje glas uit, bekijkt het en zegt: ‘Goh kind, dit lijkt wel op
een stuk brillenglas!’ Zij zucht en zegt: ‘Nou ik zal het dan maar echt vertellen.’
De pa maakt de wond schoon en hecht het keurig af, terwijl zij haar
verhaal doet.
‘Zie je, ik heb al een tijdje verkering met een jongen die een bril heeft met hele met hele sterke glazen.
Hij lag me gisteravond te b….. en toen ik heerlijk kwam, sloot ik van plezier mijn dijen
en toen brak zijn bril en zo kwam dat stuk glas in mijn derrière terecht.’
‘Ja’, zegt de wijze pa, ‘dan moet je hem zeggen dat ‘ie zijn bril afzet,
voordat hij cunnilingus (weer zo keurig) bij je toepast.’ ‘Ja’, zeg ze, ‘dat
moet eigenlijk wel, maar zijn ogen zijn zo slecht, de vorige keer dat we het zo
deden vrat hij mijn hele bank kaal.’
Nou ja, moppie, moet kunnen.
Deze ziekenpa zat op een avond op zee zijn
medische administratie bij te werken, jullie kennen het (natuurlijk niet, maar ook allemaal wel, denk ik. Allerlei administratieve troep zoals wij dan hadden: ZM-formulieren,
HGDZ-rapportages, DD, lab boek, röntgen uitslagen, nu ja, noem maar op, ik
noemde het al eens eerder. Erg was het niet. Bakkie koffie uit pantry officieren, schuin boven de ziekenboeg, erbij, zware
shag, toen mocht dat nog, maf genoeg, roken in de ziekenboeg, en het bruisen
der zee langs de scheepshuid. Af en toe pakte de F. een fikse paal, we waren op
weg naar de overkant van de grote plas en de zee was behoorlijk sikkeneurig.
Een klop op de deur. “Binnen, komt derin.” Daar
stond D. Een hartstikke leuke SPODO, een Zeeuws meisje, met allemaal bochten
waar ze die moest hebben en geen zuinige of binnen bochten ook. "Hoi D., kom binnen, wat
scheelt er?” “Nou, ja, nou moet u niet gaan lachen, hoor. Maar, het is zo: ik
zat aan de bar, met een colaatje, ik heb namelijk straks de EW. Toen maakte het
schip een schuiver, ik glijd van mijn kruk en val met mijn gat in een stuk glas
en ik denk dat dat er nog in zit.” Pa vraagt nogmaals of hij de ziekenma moet roepen,
maar ze zegt dat dat helemaal niet nodig is. Ze vertrouwt hem volledig, zegt ze.
De pa begint ondertussen te lachen. “Ja, meid,
ik ken de grap. Maar weet je zeker dat het zo gegaan is? Ik bedoel de SMJR
SPODO heeft nogal een sterke bril?”
D. lacht mee en de pa laat haar op haar buik liggen, de nodige kleding uitdoen en maakt de wond schoon
en ja, haalt er een stukje bierglas uit, hij geeft het aan haar als souvenir en naait het
wondje dicht met twee keurige en dunne draadjes, onzichtbaar haast, goed voor
een fraaie bikinilijn. Fraai verbandje erop met wat Betadine gaas en klaar is
kees. D. is, zoals vermeld, SPODO en moet roerganger zijn en zo. Hij geeft haar
een windring, zodat ze wat zachter kan zitten en een pijnstiller mee en zij
gaat tevreden op post. De pa ruimt zijn zooi op, maakt het instrumentarium
schoon, pakt de hecht set weer in voor de volgende keer steriliseren en wil nog
wel even naar zijn verblijf, maar wil eerst ook nog even een frisse neus halen op de brug.
Hij klautert de vier of zo trappen op, komt op
de totaal donkere brug, waar alleen het licht van het kompas schijnt en een
flauw lampje op de kaartentafel. Slechts een spookachtig schijnsel van de
navigatie lichten, rood en groen, geven wat licht.
Hij meldt zich correct:
“Officier van de wacht, korporaal ziekenpa hier.
Toestemming om een strootje te roken op de brugvleugel?” “Joh pa, komt derbij”,
zegt de NAVO, die de wacht heeft. Pa gaat naar zij stekkie in zijn hoekje van
de brug, draait een fikse zware en steekt op, maar zo, dat het personeel op de
brug niet gehinderd wordt door het opflakkerende licht van zijn Zippo.
Hij kijkt naar de sterrenhemel, naar de
schuimkoppen op het water die merkwaardig fluorescerend oplichten en voelt zich
helemaal thuis en totaal in zijn element. Even denken aan thuis, dat mag, ook. Vanaf
de brug klinken vage stemmen over koersen en weersomstandigheden en radar
afstanden tot hem door.
Hij tieft zijn peuk over de muur en besluit een
biertje te gaan pakken. Hij loopt door de open brugdeur naar binnen en hoort de
stem van D. die zonder enige gene opmerkt: “Goh pa, u heeft me behoorlijk in
mijn k… genaaid, ik kan bijna niet meer zitten.”
Het wachtsvolk op de brug houdt, bijna
collectief lijkt het, de adem in. Pa zegt nog iets over op de windring gaan
zitten omdat dat minder gevoelig is en hoort de strenge stem van de ouwe, die,
niet door de pa en D. opgemerkt op zijn stoel in de andere hoek van de brug
zit. “Ziekenpa: ik wil je nu in de kajuit zien. Nu!” De ouwe daalt laaiend van
woede af en de pa neemt, eenmaal in de kajuit de houding aan.
“CDT ik kan het helemaal uitleggen!” Hij legt
dan ook uit.
De ‘ouwe’ begreep het verhaal en moest er, verrassend, vreselijk om lachen. Dat kwam niet vaak voor. De man had eigenlijk
niet al te veel humor.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten