vrijdag 15 februari 2019

Types Deel 1

Types aan boord

Met dat eerste woord, types, bedoel ik natuurlijk: aparte figuren, opvallende mensen en zo. Ik noemde er al een paar, recent of in het wat verdere verleden. Van hoog tot laag, ach, der waren zoveel, maar goed ik tracht er nog wat te noemen. Nu ja, die ouwe dan. Ik bedoel de eerste ouwe, onze allereerste, Kees, dus. Ik heb geen idee wat er van hem verder geworden is. Is hij KTZ, SBN, VADM geworden? Die vraag heb ik ook over Ko de ‘Boswachter’, de eerste EO van onze kano. Van de tweede First, lekker ingewikkeld nu, tweede en eerste eersten, ene en ja, de Driekus, weet ik het wel ongeveer een beetje. Hij was een man van de subs en is, voor zover ik weet, als KTZ, CDT OZD geworden. Maar verder? Nou, verder heb ik dan dus maar de toverdoos aangezet, en heb Driekus ..... ingetikt. De man heeft meer Googlepagina’s vermeldingen als bekende schrijvers als Mulisch, Wolkers, Hermans of ene Graver. Ik herinner me hem als een flamboyante man die, nou ja, zeg maar, nog gekker was dan de rest van de bemanning. Nou, dat was wel erg moeilijk, maar laat ik het zo zeggen, hij voerde de rest van de mafkezen aan. Hij is directielid, misschien, hem kennende, directeur geweest, nu ja, zat in de club van hoge heren, die het Market Garden museum beheren.
Ik ben niet zo een Gooise teef, die steeds maar zegt: ‘ik ben toch wel echt een gekke meid’, maar de Almo was toch wel een beetje een gek schip. In het positieve, natuurlijk. De ouwe en Ko en later Driekus, dreven dat schip, de bemanning dan, tot de grenzen van hun kunnen qua vakmanschap, zowel als groep als individueel, ze dreven het qua zeemanschap en saamhorigheid gevoel. Dat deden ze met een drive en een fanatisme die voor ons weleens te veel werd. Maar ze deden der zelf aan mee. Als eersten stonden ze aanwijzingen te geven, hielpen mee, als dat kon, om brandslangen uit te rollen, om brancards naar boven te hijsen en om kritiek te leveren als het niet goed gegaan was.) Dat hadden wij dan zelf ook wel door gehad, maar ze stonden ook als eerste om schouderklopjes uit te delen als het wel goed ging. Schouderklopjes vervingen meer en meer de kritiek.
Totdat het schip helemaal klaar was om een goed oorlogsschip genoemd te worden. Het beste oorlogsschip van onze vloot. En die grenzen waren verder dan die we ooit voor mogelijk hadden gehouden.
Ja, we werden hard gedreven en ver gedreven. We gingen diep, nu ik fanatiek fietser ben, zou ik het willen vergelijken met de zwarte sneeuw die ik op training weleens zie. Ja, zo ver ging de leiding met ons. Maar we wisten waarom dat was. We wisten dat de ouwe en heel bak één ook doorhadden dat we een fantastisch schip moesten zijn. Niet alleen om door allemaal inspecties te komen, maar, gewoon en heel reëel, omdat er oorlog dreigde. We waren nog steeds in de koude oorlog die al sinds de jaren vijftig het vrije westen bedreigde, maar één vonkje zou genoeg zijn om van een koude een warme oorlog te maken.
Als er, na Ko, twee menen konden inspireren dan wel deze twee.

Hij, Driekus, was geloof ik geboortig uit Ede, een mooie plaats op de Veluwe. Hij had zijn leven gesleten in de rioolpijpen, onderzeeërs, vaartuigen die men ook oorlogsschepen noemt en moest nu, voor (ik zeg het nu popi) zijn derde kras op een bovenwater prauw varen. Daarna zou die dan een commando krijgen (op de Kinsbergen, maar dat was pas later) en zo zou hij dan KLTZ worden.
In de tijd van Faslane, van het opwerken van de Limey subs, zie en lees eerder, was hij bijna continue op de brug aanwezig. Wees eerlijk: elke truc, elke actie, elke manoeuvre die de Buts sub CDT bedacht, had hij al een keer uitgevoerd en met veel sneue gezichten (van de RN kant) en met een hoop ‘Bloody Hurrah’ van de KM, nu ja, van onze kant, werd elke aanval of run, zoals het heet, van de ‘vijand’ weer afgeslagen.
Ik kende hem, die EO, aardig goed. Hij was tevens Personeel Officier en ja, als ziekenpa, deed je daar vrij veel zaken mee. Hij was een no-nonsens man, maar dat zijn wij, maten, eigenlijk allemaal wel in meer of mindere mate. Driekus trapte niet in zielige verhalen. Je kon heel ver met hem gaan, maar tot een grens. Dat wisten we, iedereen aan boord wist dat, en daar hielden we ons aan. Ik heb met hem, maar met vele EO’s overigens, goed zaken kunnen doen op het personeel gebied, maar de Driekus spande wel de kroon.
Ik kreeg een verhaal van ene Peter, dat ik helaas niet gekopieerd heb. D. Zou, toen hij eenmaal zelf CDT was, menig turbine motor naar de Filistijnen hebben gevaren omdat hij, hij was toen zelf dus ouwe, na het BOZ-en meteen naar vol vermogen ging, zeg maar, van nul naar 120 in drie seconden. Diezelfde bron vermelde ook dat hij., tijdens dat BOZ of RAS, noem het zo je wilt, op het dak van de brug ging staan en vanaf die positie, golfballen afsloeg naar de tanker waaruit wij toen aan het laden waren. Ik hoorde die geruchten ook, hield ze voor een sterk verhaal, maar ja, ik geloof het nu helemaal. Het was zo een type.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

De Reunie

Een aantal maanden geleden schreef ik een laatste van vele Blogjes*, over de ALMO en plaatste dat op de 'site', heet dat zo, ja toch...