zaterdag 9 februari 2019

Teun

Teun (1)

Kennen jullie de film serie over die bokser, Rocky? Sly Stallone tekende voor die  hoofdrollen. Zo is het ook een beetje met de Almo, er zijn, in mijn jaren, een paar figuren geweest die tekenden voor bepaalde hoofdrollen. Maar, de hele bemanning, bestond wel uit types hoor. Dus wil ik ze allemaal behandelen dan zie ik nogal wat pagina’s opdoemen en ja, dan wordt een boek onhandelbaar.
Die speciale figuren had je natuurlijk niet alleen bij Bak 1, hoor, ook op de rest van het schip zaten er ook zat van die typetjes. Ik moet het nu, absoluut, over twee van die mannen hebben. De bepaalde en nogal beruchte KWMR, zal ik even later behandelen, maar ik wil het eerst even over ons aller Teun hebben.
Ik ken(de) hem vrij goed, ik mag hem graag toen en nu (we hebben contact via het net) en ja, hij was een aanwinst voor ons. Hij was SPODO, eigenlijk heette dat een ODOPS, maar andersom gezegd was het leuker. Vroeger, sprak de grijsaard, vielen die mannen in het dienstvak van matroos, en behaalden ze een brevet, bijvoorbeeld, ja, ik weet het, dit gaat ver terug hoor mensen: radioafstandpeiler plotter (RAPP) en radioafstandpeilervuurleiding, (RAPV) of iets dergelijks. (Natuurlijk had je dan ook nog geruis peilers en onderzeebootverkenners, noem maar op.)
Er was een tijd, heel vroeger, dat we allemaal te herkennen waren aan onze uitmonsteringen, op onze linker mouw, boven de rang onderscheidingstekens die je droeg, ik schreef dat eerder. Je was toen: ziekenverpleger, machinist, hofmeester, telegrafist of wapen elektronica monteur al dan niet gegradueerd.
Toen kwam de enorme reorganisatie en hielden we nog maar vijf dienstvakken. OD, WD, TD, LD, BD. (Mis ik iets?) De matrozen, de dekdienst, vielen opeens onder de OD.
Ik, en velen met mij, voelden dit als een enorme degradatie. Ja, weer vroeger, waren we trots op onze uniformen. Mijn voorbeeld: na de Eerste Militaire Vorming, waar je als baroe rondliep, mocht je je ‘uitmonstering’ op de linkerarm van je baaien hemd naaien. In mijn geval een fraaie, grote en rode esculaap. Als je je zwemproef had gedaan, je moest bij de KM kunnen zwemmen, logischerwijze, mocht je de dunne rode chevron, dat V-teken dat je nog weleens ziet op uniformen, van ‘tweede klas’ daaronder zetten. Na het afmaken, met goed gevolg, natuurlijk, van je takenboek of vakopleiding, kreeg je twee rode gouden joekels, zogenaamde chevrons. Goed: korporaals hadden twee geel kleurige strepen op beide mouwen en, was je eenmaal in de hemel beland, werd je onderofficier, dan had je drie gouden krassen op beide mouwen. Toen werd je vaak ook automatisch sergeant-majoor en had je opeen een halve arm vol, met vier van die gouden halve strepen. Het hoogtepunt van je carrière was natuurlijk stip, adjudant, te worden en ja, je kreeg een halve galon, zo een smal bandje om je onderarm, met een krul. Dan was je god, met een kleine letter, maar je had het helemaal gemaakt.
Je kon nog doorstoten naar de rang van luitenant (ter zee) van vakdiensten en dan had je anderhalve en soms twee brede gallons op de mouw. Vaak waren die, zogenaamd uitverkorenen, daar helemaal niet happy mee, ze moesten overleven in de longroom en ja, daar hadden ze niet voor doorgeleerd.
Ook zogenaamde bintangs* werden ons, schepelingen, in die tijd bijna niet toegekend. Na die reorganisatie werd dat helemaal anders en liep je een beetje hulpeloos rond met wat dunne gouwen streepjes en zo. Niets spectaculairs, gewoon wat armoedig om te zien. Ik ben ooit op een receptie geweest in Australië, waar mijn maatje en ik, allebei sergeanten, met allebei nogal wat dienstjaren, nogal schril afstaken tegen de uniformen en de uitmonsteringen van alle ander marines van de wereld. We spraken een met allemaal strepen en bintangs behangen donkere Yank, een aardige Afro Amerikaan, moet je tegenwoordig zeggen, dit gebeurde op een grote receptie op de Marine Kazerne van Sidney, H.M.S. ‘Kuttabul’ geheten, ja, wij moesten ook even grinniken toen we de naam lazen, waar een delegatie van onderofficieren van elk schip samen kwam. Mijn loopmaatje, die andere OOFF, Henk en ik wilden daar wel naar toe. Zoals recepties gaan waar volkomen onbekende mensen elkaar voor het eerst (en over het algemeen voor het laatst) zien was het een wat stijve bedoening. Wij, allebei sergeanten toen nog, zagen wel dat onze uniformen tot de meest sobere van alle aanwezigen behoorden. De Amerikanen hadden uitmonsteringen die er niet om logen. Een Sergeant (PO1) had al gauw op beide mouwen 6 chevrons en een borst vol medailles. Ook de Australiërs, Nieuw-Zeelanders en Engelsen droegen mooie, grote rang onderscheidingstekens en zelfs de Japanse delegatie had een soort gala uniformen aan. Wij staken daar heel saai bij af. Na een biertje of twee werd de sfeer wat meer ontspannen. Op een gegeven moment kwam die boomlange zwarte PO 3 naar ons toe en sprak ons met lijzige, ‘Southern drawl’ aan. “Are you the guys from the Dutch Navy, man?” lijsde hij. Henk en ik beaamden dat. “You’re the guys with te beer on board?” IJverige knikken van onze kant. “You’re the guys with the free hairlength?” Ook dat was waar, hoewel het begrip ‘Woodstock Navy’ ook al eens was gevallen.”And you’re the guys with te women on board?” “Yep, that’s us”, moesten we hem weer gelijk geven. Hij schudde verbouwereerd zijn grote, glimmende kale hoofd en sprak met een diepe zucht: “Boy, I’m in the goddarned wrong effing Navy, man!”
We gaven hem nog een (gratis) biertje en ondervroegen hem een beetje. Hoe lang hij al in de Navy was, drie jaar, hoe hij zo snel PO was geworden, fu.. I’m a black dude, man, they have to do it, and otherwise they think they’re discrimi me nature ehh discriminate, het bier sloeg toe, hoe hij al aan die bintangs kwam. ‘This one is that I.., ik ga in het Dutchies verder.
In elk geval, hij had de EMV doorstaan, bintang. Hij had zijn wapentraining, zes schoten met een Navy Colt, met succes gedaan, bintang, hij had een dienstreis gemaakt naar de westkust, bintang en zo ging het nog even door.
Zelf hadden wij allebei een Marine medaille, die toen, pas sinds heel kort, werd uitgereikt voor zoveel jaar operationele dienst en allebei een bronzen ster, voor 12 en meer jaar eerlijke en oprechte dienst.
Hij, de Yank, vroeg gelukkig niet verder en ja, wij namen dan maar stilletjes afscheid.

Maar goed. Over Teun dus. Ik mag hem met zijn volle voornaam noemen, heeft hij me verzekerd, sterker, hij zou het heerlijk vinden om zijn naam vermeld te zien staan in een boek. Teun kwam uit Utrecht en dat kon je horen ook. Hij was een goed mens, een sociaal voelende, empathische jongen en hij was nooit te beroerd om allerlei hete aardappelen of idem kastanjes uit vuren van anderen weg te slepen, ofwel: hij was altijd bereid om iemand te helpen. Maar: ja, hij was toen, een jonge vent nog, laat ik het zo zeggen, gemakkelijk te beïnvloeden.
Ik leerde Teun natuurlijk aan boord kennen. Hoewel de Almo een schip was met niet al te veel standsverschillen, ging je als kpl niet veel om met derde klassers en takenboekers. Dus nee, veel contact had ik in het begin niet met hem. Paul 2 kende hem beter en was wel een beetje een gabber van hem.

Wij, ons schip, de Almo, waren natuurlijk een hele nieuwe loot aan de KM-stam, God, waar haal ik die nonsens vandaan, en de Rus, de man die ver voor Poetin de baas was, natuurlijk, wilde graag alles van ons weten. Vergeet niet: het was, ik zei het al, midden in de Koude Oorlog. *
Dus stuurden de Russen een hele grote, met vier motoren en acht propellers uitgeruste, Tupolev’s 95, zoals op hun verstekkingsbon stond, naar diverse NATO-smaldelen. Vaak werden die smaldelen al een hele tijd begeleid door vissersschepen uit de (nu voormalige) DDR, die meer antennes dan netten aan boord hadden.
Het vliegtuig dat op een gegeven dag over ons vloog, die Tupolev, een zogenaamde ‘Bear Delta’ heette een dergelijke plane in NATO speak, bezocht ons op een VM wacht. Matroos Teun had die wacht op de brug als uitkijk/roerganger. De radar piepels hadden die ‘plane’ natuurlijk al heel lang in het snotje, de mannen van de EOV* hadden haar al lang verkend en wisten het nodige over het toestel, niet alleen over het toestel zelf maar zelfs over de namen en leeftijden van die bemanning, zo deden ze flink, later. Teun werd helemaal opgewonden. “Shit dat ik nou net de wag heb”, sprak hij in onbevlekt ‘Uteregs’ “en nou leg me fototoestel in me kassie in me slaopverblijf.” De KPLODVB die de wacht had op de brug keek naar de ouwe, de ouwe knipoogde terug. “Teun”, zei de korp van de verbindingsdienst, “ga als de bliksem naar je kastje, pak je fototoestel en dan vraag ik aan die Rus of die nog even terug wil komen. Dat doet hij vast, als ik het vraag.”
Dat deden die Russische Bears namelijk altijd, ze bleven cirkelen boven NAVO-schepen en ze bleven fotograferen en filmen tot de Klu vliegers uit Leeuwarden of Twente klaar waren met hun spelletje tennis of golf en uiteindelijk zin hadden om op te stijgen in hun dure machines en met MAG 2 naar de diverse smaldelen vlogen om de ‘bad guys’ te verjagen.
Teun rende als een speer naar zijn hut en kwam ook als een speer terug. De KPL verbindelaar had natuurlijk ondertussen zijn maatje in de verbinding centrale aan de lijn, hij legde de zaak uit, zei dat de ouwe het ook wel zag zitten en maakte een afspraak: ”Wil jij even een Rus zijn?” Zijn maatje deed dat met liefde en overgave.
Teun was net hijgend weer op de brug gekomen en had zijn camera goed gericht toen de KPL van de wacht zijn microfoon aandeed: “Russian Bear Delta, Russian Bear Delta, this is PADF, Dutch warship Philips van Almonde. Will you make another fly past please? One of our sailors, a nice guy called Teunis, would like to make a photograph of you.”
De man in de centrale sprak met een dik, zogenaamd Russisch accent: “PADF, PADF, Dutch warship Flipse von Almando, this is Russian Bear Delta. We will cooperate wiz plesjur.”
De Rus maakte een bocht van 180˚, kwam nog eens langs, vrij laag natuurlijk en Teun, maar ook onze EOV-mannen, die nu op de brugvleugel stonden, maakten foto’s naar hartenlust. Tot de dag dat hij van boord ging waren de mannen van de VBD en de EOV zijn helden. Zij hadden er zo maar voor gezorgd dat een ‘vijandelijk’ toestel een tweede run maakte, zodat hij foto’s kon maken.
Dat was geloof ik, tot dan toe, de dag van zijn leven!
Bedankt Teun voor het lenen van een "stukkie" van je leven!



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

De Reunie

Een aantal maanden geleden schreef ik een laatste van vele Blogjes*, over de ALMO en plaatste dat op de 'site', heet dat zo, ja toch...