woensdag 6 februari 2019

Londen


Londen

Londen, wat een geweldige stad is dat en wat heb ik het, toen, door de dienst gedwongen, slechts maar kort bezocht. Londen was een hele speciale haven voor onze bemanning. Ik weet nog dat we in Londen lagen, afgemeerd in Greenwich naast HMS Belfast, een vermaarde kruiser uit de tweede Wereldoorlog. We lagen daardoor ook in de buurt van de Cutty Sark, dat fraaie en nog enig overgebleven clipperschip en ook naast de Gipsy Moth IV, die daar allebei in droogdok lagen. Die laatste was het schip van Sir Francis Chichester, de eerste man die, helemaal in zijn eentje, om de wereld voer. Hij deed daar 226 dagen over. Hij landde, zeggen de verhalen, slechts een keer, en wel in Sydney, ook al zo een heerlijke stad, en werd terecht wereldberoemd.
Denk je eens in hoe dat voor die man geweest moet zijn: 226 dagen in zijn uppie, alleen op zee, geen SATCOM en niets van dat alles en echt, onder Kaap Hoorn en onder Kaap de Goede Hoop door. Man, wat een held moet dat geweest zijn. Hij overleed in 1972, overigens, slechts 71 jaar oud.
De Cutty Sark was een van die beroemde zogenaamde theeclippers, die, ja, inderdaad, thee aanvoerden vanaf India naar Londen. De eerst aangekomen oogst kreeg, in dat maffe thee liefhebbende Engeland, de hoogste prijs en die clippers, bijgenaamd Tea Clippers, maakten enorme reizen tegen enorme snelheden, toen dan. De Cutty Sark is opgelegd in Greenwich, het was ooit een bekend museumschip, ik ben toen gelukkig aan boord van haar geweest, ze is later helaas afgefikt, maar, zoals Google verteld, is ze nu weer in haar oude luister hersteld.(In een boek van Hammond Innes is dat schip ggekomen, overigens.)

Hoe kom ik nu op Londen? Onze toenmalige koningin, Beatrix, deed in die tijd een staatsbezoek aan Her Majesty the Queen. (Met de onvergetelijke prins Claus aan haar zijde. Ik heb hen beiden, later, meerdere malen ontmoet, tijdens de Fairwind reis van ’88, op een ander, maar ook een heel goed, schip, overigens.) Ons ALMO schip zou dan ‘luister bijzetten’ bij dat staatsbezoek. De toenmalige Bevelhebber der Zeestrijdkrachten, of was het nu de Commandant Zeemacht, ik weet het niet meer, maar het was geloof ik ene SBN Brainich von Brainich-Felt, (hij was ook al zo een oud onderzeeboot man en onze eerste officier, de befaamde Driekus, en hij kenden elkaar van vroeger, Driekus had namelijk ooit onder die SBN gevaren, toen hij zelf nog maar een jong officiertje was).
Goed, de SBN zou een selecte groep marine lui van het smaldeel voorstellen aan onze (nu ondertussen voormalige) koningin en die mensen zouden dan ook, dat meteen maar door, aan de Queen worden voorgesteld, in ieder geval, in haar nabijheid worden geduld tijdens het echte bezoek van vorstin aan vorstin, zoiets staat me bij.
Niet alleen de Almo zou het hoge bezoek vergezellen, er was een heel smaldeel afgevaardigd. Ik heb in mijn gedachten dat de  "Tromp" en "De Ruyter" er ook bij waren, ik vermoed dat dat was om de Engelsen even te piepelen over de Vierdaagse en Driedaagse zeeslagen en ook nog even de tocht naar Chatham in te wrijven, die die beide Admiraals allebei met tien – nul van die RN wonnen en ook om nog even de Butsen er aan te herinneren dat wij ooit bijna Londen hadden ingenomen en in ieder geval hun toenmalige grootse oorlogsschip, de Royal Charles, het Engelse vlaggenschip, naar ons land hadden meegenomen.
(Ja, in 1666, inderdaad, dat wel, maar toch. Over die Royal Charles is veel te doen geweest. Zo werd het schip al een paar jaar na de in bezitneming gesloopt, maar de ‘kont’, de hele fraaie achtersteven, werd er afgezaagd en is tot 2012, te bezichtigen geweest in het Rijksmuseum. Ik heb het daar zelf gezien. Daarna is het in ‘bruikleen’ teruggegeven aan de Britten, maar ik heb het idee dat het waarschijnlijk nooit meer terug komt, hoor.)
Van tevoren kwamen we, de voor te stellen personen van ons schip dan, even bijeen in de Gouden Bal. Omdat ik de korporaals oudste was, was ik één van de aangewezen personen om voorgesteld te worden, net als de caf oudste, de spreeuw*, nu ja, de kaan natuurlijk, de ouwe en de eerste man, maar ook een dergelijke delegatie van de overige schepen.
De toenmalige first, onze Driekus dus, zorgde ervoor dat we allemaal op tijd in het ‘prostaathok’, zoals de Gouden Bal, heel oneerbiedig door de rest van het schip, genoemd werd, aanwezig waren. Hoewel hij nog niet zo lang zijn functie als eerste officier aan boord bekleedde, kende hij ons allemaal behoorlijk goed, dat is natuurlijk de kwaliteit van een eerste officier en hij stelde ons kort voor aan zijn ex-CDT. ‘Kijk’, zei hij, over mij dan, ‘dit is de korporaal ziekenpa. Je kan hem herkennen aan zijn grijze haren, Schout bij Nacht.’ (Driekus zei natuurlijk je en jij tegen de SBN, noemde hem Brain en Brain noemde hem ook Driekus, en ‘ouwe pik.)
Ik meende op dat moment even mijn bek open te moeten trekken.
“Dit is geen grijs haar, hoor SBN, maar dit wordt oud blond genoemd”, bracht ik uit. SBN en EO lachten allebei hardop. “Hou je die erin, Brain? Schrijf die even op, ik vind hem wwel geinig ook, Lucas. Lang over nagedacht? Ik vind dat wel een grappige vondst tegen over de Hare Majesteit”, zei mijn EO. De SBN grijnsde, schreef het op in zijn notitieboekje en zei: “Dat doe ik Driekus, ik zal die mannen van het hof eens laten zweten”, waarmee hij hoogstwaarschijnlijk de entourage rond dat hof bedoelde.
Twee dagen later werd een delegatie van de bemanning van het smaldeel voorgesteld aan ons staatshoofd en aan het Engelse, nu ja, Britse staatshoofd en allemaal entourage staatshoofden. Dit, ik heb het van horen zeggen, ging even mis.

In Lissabon, eerder, en in Bordeaux, later, was gebleken dat een oudere, een OC HOFM1*, behoorlijk geteisterd werd door toenemende dipsomanie met heel veel nare gevolgen, (eh, dipsomanie, ja, dat is zeg maar, trek in wat te drinken, zoiets, nu ja, geen trek in water of koffie, of zo, als je me begrijpt?) moest ik ASAP een vlucht voor hem en mij, als begeleider, boeken om de man op de SMD* af te zetten. De man, hij werkte in het caf, ik weet niet eens meer hoe hij heet, zorgde er steevast voor dat hij de vroege dienst had en zette dan een doosje bier voor die volgende ochtend al klaar in de koelkast van het caf. De avond ervoor had hij al een doosje bier geleegd, ik lieg het niet en de ochtend van zijn dienst begon met koffie zetten en zo en met het legen van een half doosje bier, om 0630. 
Ja, griezelig eigenlijk. Maar het ergste van alles was dat hij ook nog eens leed aan ‘Enuresis Nocturna’. Hetgeen betekend: dat ‘ie in zijn bed zeek en wel zo hevig dat zijn ondermaten druipend van de urine wakker werden. Zijn matras was totaal vernield door de urine. (Dat probeerde hij allemaal te verdoezelen, maar op een gegeven moment lukt dat helemaal niet meer, natuurlijk.)
De man moest natuurlijk teruggevlogen worden naar patria en ja, dat werd mijn taak. Ik ging met een RN-busje naar Heathrow Airport, kreeg, met de KM kloeten van de SMJRLDA een vlucht op een KLM-toestel naar Schiphol en de man in kwestie bleek ook nog eens vliegangst te hebben. 
Holy Moly. Met behulp van hele sympathiek stewardessen kreeg ik hem aan boord, ik legde de zaak aan de dames uit en we kregen meteen een paar stoelen in de, bijna lege, businessclass. Ondertussen taxieden we naar de startbaan en de gezagvoerder legde ons een en ander uit. Zij naam was Baksteen, Benno Baksteen, een naam die ik later heel vaak in het nieuws hoorde omdat hij voorzitter was van de bond voor piloten, zoiets, dan. Op het horen van die naam verstijfde mijn patiënt enorm en kreeg nog meer vliegangst. Het duurde de nodige tijd voor ik hem rustig had.
Omdat we dus ‘duur’ vlogen, vroeg een van de stewardessen wat we wilden drinken en ze noemde allerlei alcoholische versnaperingen op. Mijn patiënt-s gezicht begon op te fleuren en hij bestelde.. geen moer. Ik vertelde dat een watertje of een kopje koffie genoeg waren.
Ik leverde de man af, had een nachtje thuis, knuffelde mijn zoon en keerde de volgende dag, met aankoop van een enorme aantal NL-kranten, terug naar Londen. Ik nam daar een trein en een Subway en kwam uiteindelijk in Greenwich aan. Ons bootje lag afgemeerd langszij HMS Belfast, een veteraan uit de Tweede Wereldoorlog en als museum schip opgelegd in de Thames, vlak bij Tower Bridge. Ze had nog een kernbemanning aan boord, allemaal ex RN-personeel, dat het schip in goede stand hield en dat rondleidingen aan boord verzorgde. Vaak waren het ‘killicks’ of ‘PO’s’ en ja, er was natuurlijk een warm over en weer tussen de diverse verblijven.

Ik was dus niet aangetreden in het bij het hof bekende rijtje van wel aangetreden KM-mannen in het paleis, dat de SBN in zijn boekje had staan. Toen nummer negentien, ja ik was bescheiden, ik wilde niet als nummer een, dan ook aan de beurt kwam om voorgesteld te worden, spiekte Brainich even. ’Dit is die en die, de KPLZVP van de ALMO, hoogheid, u kunt hem herkennen aan zijn “oud blonde haren”, grapte hij.’
De hoogheid keek even verrast. Ze keek ook wat hulpeloos naar de SBN, die, op haar blik ook wat hulpeloos naar een of andere LTZ van zijn staf keek, die ook wat hulpeloos terugkeek. De “oud blonde man”, was vervangen door een KPLLDA, ene Jan L. Hij was een Indische jongen, met  een kop met donker haar, een donkere huid en was totaal geen ‘Orang Blanda’ in ieder geval.
Op de blikken van de majesteit en de blikken van allerlei adjudanten redde de SBN zich gemakkelijk: “Maar zoals u ziet: camouflage werkt dus, Koninklijke hoogheid!”

Kort hierna werd ik overgeplaatst, met veel pijn in mijn hart. Ik had twee jaar op dit fantastische schip met die bijzondere bemanning gediend en het waren, ondanks mijn privé perikelen, bijna de gelukkigste jaren van mijn leven geweest. Ik had kerels leren kennen, had met hen gewerkt, had  van hen dingen geleerd, die me in de latere jaren en niet alleen in mijn marine tijd, heel goed van pas kwamen.
Ik werd bevorderd, ik ging andere dingen doen, werd later nog vaker bevorderd en ging nog veel meer andere dingen doen, maar, geloof me, er is geen dag in mijn verdere leven geweest dat dat maffe schip, de ALMO, niet in mijn geheugen opdook.

N.B.: Grappig genoeg. Tijdens het schrijven van dit gedeelte van het boek,  over dat Koninklijk bezoek van Beatrix, (waar ik dus niet echt bij betrokken was) blijkt er net een Koninklijk bezoek van Koning Willem Alexander en echtgenote plaats te vinden aan de Queen. 
Geschreven oktober 2018.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

De Reunie

Een aantal maanden geleden schreef ik een laatste van vele Blogjes*, over de ALMO en plaatste dat op de 'site', heet dat zo, ja toch...