donderdag 28 februari 2019

Teun (weer)

Nog even over die ene man.

Nou die ene man was Teun, natuurlijk. Een heerlijk mens om bij je te hebben. Onvervalst, naturel, open en eerlijk en, ja, apart ook. Hij deed voorkomen alsof hij niet al te clever was, maar volgens mij was hij een van de scherpste messen in de la, op zijn Engels gezegd dan. Even een zijstap van hier naar Tokio en terug, ik doe het bijna nooit, dat hebben jullie bij het lezen al gemerkt natuurlijk, maar ik heb een paar zondagmiddagen, in ’17 geloof ik, een docu serie gezien, die zich afspeelde a.b. Zr. Ms. Walrus, die ene sub die we nog hebben. Ok, dat is cynisme, ik doe dat graag.

Maar, eerst even dit, ik ben, na mijn carrière in een supermarkt terecht gekomen om daar wat bij te verdienen. Geen onaardig werk en vooral het leiding geven aan de jongere medewerkers was leuk. Ook het contact met de klanten heb ik altijd fijn gevonden. Je hield er elke dag wel een leuke anekdote aan over. Goed: omdat jullie zo aandringen. Ik ‘deed’ een tijdje de wijnafdeling. Ja, leuk, ja. Oud KM-man in een drankafdeling zetten, grappig gevonden, mensen. Maar goed, ik wist niet al te veel van wijn, nu ja, het zit in een fles, het wordt gemaakt van druiven en het is wel lekker, zoiets dan. Enfin, zoals een oud KM betaamd ben ik naar de bieb getogen, heb veel boeken over wijn geleend en ben me in gaan lezen om mijn klanten beter te woord te kunnen staan. Dat hielp ook vaak, hoor, ik heb er veel aan gehad en nee, ik ben nog steeds geen kenner of zware liefhebber van wijn. (Ik weet het verschil tussen Rode en Witte en dat is al heel wat, nietwaar?) 
Goed, op een dag komt er een oudere dame de winkel binnen, loopt op me af en vraagt me: “Goh mijnheer, mijn man is ziek en die doet altijd de boodschappen. Nou moet ik voor hem een fles wijn halen, maar ik ben de naam vergeten.” Dapper zeg ik: “Daar komen we wel uit, hoor. Was het rode of witte wijn?” “Rode”, zegt ze heel beslist, “kijk ziet u, mijn man is communist en die wil dus altijd rode wijn.” “Goed mevrouw, dan weten we al iets, was het Franse, Spaanse wijn of wijn uit een ander land?” “Geen Spaanse wijn, dat weet ik wel, ziet u, mijn man is communist en hij heeft nog in Spanje gevochten in die burgeroorlog, bij de Internationale Brigade en ...” Ik kap haar een beetje af, zo wordt het verhaal wel heel lang. “Franse dus, denk ik. En uit welke streek komt die wijn mevrouw?” “Eh, nou dat weet ik niet, hoor, maar er stond een afbeelding van een kasteel op het etiket.” Tsja, die staan erop bijna alle etiketten, maar uiteindelijk komen we er wel uit. En ja, dat is toch leuk, uiteindelijk.

Maar goed, even over dat verhaal over die kokoloog terug te komen. Een klant van me, in die tijd, was een ouwe gepensioneerde SMJRTPMKR. De man heeft nogal, net als veel Jannen Kaas, contacten in Engeland en hij kon mij vertellen dat er, in de UK, vier nieuwe subs op stapel stonden voor onze KM! Ik keek verbaasd, ik had er nooit iets over gehoord of gelezen en ook het internet gaf die avond geen sjoege. Nou ja, hoe dan ook, ook hij keek, als ex OZD man, naar die docu serie. Wij, hij is een jaar of acht ouder dan ik ben, hadden ons allebei de koelera geërgerd aan de kokoloog van die prauw. Wat een eikel van een gozer, man. Dan heb ik het nog niet eens over dat wat hij kapsel noemde, maar gewoon over zijn attitude. Ik had de indruk, nu ja, ik weet het zeker, dat de keuring voor de subs nogal pittig was, vooral de psychologische dan. Maar dan was deze figuur kennelijk ook of op een maandagmorgen heel vroeg, of op een vrijdagmiddag heel laat, gekeurd. Dit is een KM-geintje voor mensen die niet helemaal sporen. Op maandagmorgen heel vroeg zijn de psychologische interviewers van het keuringscentrum natuurlijk nogal wat dufjes van het weekend en op vrijdagmiddag laat willen ze vroeger naar huis, dus maken ze foutjes. Of snijden ze hoekjes af, zeg maar.

Ik weet dat de ALMO Teun’s eerste schip was en hij viel al vrij snel op, in zijn takenboek periode. Teun was niet tegendraads, niet recalcitrant, integendeel. Het was een moordvent. De man deed zijn uiterste best om het iedereen naar de zin te maken, hij was een ‘pleaser’, zeg maar. Maar: hij deed eigenlijk alles fout, niet opzettelijk hoor, integendeel, hij deed zijn stinkende best, maar zo, dat hij daardoor het spoor weleens bijster raakte en ja, het lukte (aanvankelijk) gewoon niet echt te doen zoals het VVKM dat voorschreef. Ik las een heerlijk berichtje van een van de mannen van uit mijn tijd. Het was in de eerder beschreven Faslane periode. Als we een onderzeeboot oefening gingen beginnen, dan gooide men een oefenhandgranaat over boord. Die maakte dan een knal zodat de onderzeeër wist dat het aanvang was, of, later in die oefening, dat ze ontdekt waren, zoiets.

“Als je gaat oefenen met een sub”, vertelde de collega hem, “dan gooi je een zogenaamde oefenhandgranaat overboord. Dat ding geeft een teringknal die onderwater hoorbaar is, zodat de rioolpijp weet dat je: hetzij gaat beginnen met een run, of dat ‘ie ontdekt is, nu ja, what ever. De zaak met handgranaten is dat je drie delen moet onderkennen. Het eigenlijke “lijf”, dat is de lading, de pin en de hendel, zeg maar. Van de drie delen zijn pin en hendel níét gevaarlijk, het lijf wel. Zaak is dus dat je het lijf, de dikke kant, over de muur flikkert. Hejje hem door?”
Ja, was het antwoord, maar nee dus. Pin en hendel gingen in de laut*, buikgedeelte bleef binnenboord, maar oplettende wachtmannen konden die, op tijd, vrijzetten. Tja, dat was Teun. Typisch Teun.”
Een andere keer was hij roerganger. Ja, da’s maf op die moderne schepen die een vliegtuigstuur hadden en allemaal knoppen die je in kon bonken als je sneller of zachter wilde, als je die kant of die kant op wilde of gewoon een hersenoperatie of een raket aanval op het Kremlin wilde doen. (Ik, ja, ik ben nog van de generatie van de Jagers?? Jagers? Maar die lopen toch op konijnen en patrijzen te schieten?
Diepe zucht van de oude man. Jagers waren schepen. Mooie schepen. Hele mooie en hele snelle schepen. Vooral onze jagers, die van de Friesland- en Holland klasse. Maar, daar stond dus nog een echte roerganger in een geblindeerde stuurhut, onder de brug, die zijn roer commando’s doorkreeg door middel van een spreekbuis. Een spreekbuis was een buis waar je door kon spreken, oh die had je begrepen?  Aan de bovenkant, op de brug, zat er een stop in die buis en in het stuurhuis, of waar dan ook, zat er ook een stop. Als de brug wilde dat je een andere koers voor ging liggen, dan floot de man van de brug op de stop. Beneden deed de ‘man te roer’ (of de ‘blindeman’, zijn assistent) de stop open en legde zijn oor tegen de buis. Dan kreeg hij zijn nieuwe koers of, want ook de MK-telegraaf stond daar, het nieuwe aantal ‘klappies’, het aantal omwentelingen, voor- of achteruit door.
Of hij kreeg een blok ijs of een golfje water, soms ook wel, hoor, in zijn oor.

Teun was dus roerganger. Dat deed hij die keer met iets minder plezier dan anders. Hij was wat narrig. Hij had namelijk een nieuwe komeet ontdekt die met een behoorlijk vaart van west naar oost overkwam. Hij had de OFF v/d W erop geattendeerd. “Komeet mijnheer, inkomend Rood dit en dat en zo.” De OFF v/d W, een aardige en kalme 2OC, had goed gekeken en had beleefd aan Teun gevraagd of kometen ook groene of rode navigatielichten voerden. Als dat niet zo was, zei de OFF, dan was het waarschijnlijk vlucht KL 714 van Edinburgh naar Schiphol. Want, legde de officier uit, dat had de CC net verteld namelijk.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

De Reunie

Een aantal maanden geleden schreef ik een laatste van vele Blogjes*, over de ALMO en plaatste dat op de 'site', heet dat zo, ja toch...